Banieren van het volk van God.

Banieren van het volk van God.

Numeri 2:1‑2:”De HEER zei tegen Mozes en Aäron:
Wanneer de Israëlieten hun tenten opslaan, moeten ze dat doen rond de
ontmoetingstent, op enige afstand ervan, ieder bij zijn eigen vaandel en bij de
herkenningstekens van zijn familie.

A: De  banier als een teken in de strijd.
De eerste keer dat wij een banier in de Bijbel
tegenkomen is in Exodus 17:8‑16; dit gedeelte is direct al kenmerkend voor de
geestelijke strijd van het volk van God in zijn reis op weg naar het beloofde
land, want Israël werd aangevallen door het volk van Amalek. Degene die Amalek
aanspoorde was de duivel, want hij was de geest van Amalek die een nieuw werk
van God voortijdig wilde beëindigen, een geest, die het kersverse plan van God
wilde torpederen voordat het tot vervulling kwam. Maar Mozes kende zijn positie
en autoriteit in God en hij nam onmiddellijk maatregelen.

Exodus 17:9:”Toen zei Mozes tegen Jozua: Kies een
aantal mannen uit en trek met hen tegen Amalek ten strijde. Ikzelf zal morgen
op de top van de heuvel gaan staan met in mijn hand de staf van God.”

Jozua met zijn mannen streden de strijd op het
slagveld, terwijl Mozes zijn verheven positie als voorbidder innam. De
Israëlieten wonnen de veldslag mede dankzij de voorbede van Mozes en als dank
voor de overwinning bouwde Mozes een altaar en gaf aan dit altaar een
bijzondere naam.

Exodus 17:15‑16: “Toen bouwde Mozes een altaar en
noemde het: de Heer is mijn banier.

Het Hebreeuwse woord dat hier gebruikt wordt voor
banier is ‘nes’ en dit woord wordt meestal vertaald met banier, maar ook wel
met staak, teken, zeil, of signaal. Dit woord is afgeleid van het werkwoord
‘nasas’, dat maar één keer in de Bijbel voorkomt, namelijk in Zacharia 9:16 waar
het wordt vertaald met ‘fonkelen’. Een ‘nes’ was een standaard van een bepaald
volk met daarop een teken of afbeelding van hun afgod, maar de boodschap was
een proclamatie aan de vijand: ‘Hier komen wij met onze god voorop.’

Deze banier definieert dus ons leven met God zoals in
oude tijden elk leger zijn eigen banier had; deze banier werd omhoog gehouden
in de strijd, en deze banier werd na de overwinning trots getoond op de
terugweg. We moeten hierbij niet alleen aan een vlag denken maar meer nog aan een
standaard of teken, zoals de staf van Mozes in Exodus 17:9. We komen dit woord
ook in de volgende teksten tegen.

Numeri 21:8: “En de Heer zei tegen Mozes: Laat een
slang maken en bevestig die op een staak. Iedereen die gebeten is en daarnaar
kijkt, blijft in leven.”

Psalm 60:6‑7:”Geef een teken aan wie ontzag hebben
voor U, laat hen ontkomen aan de pijlen van de boog. Bevrijd Uw geliefde volk,
help het met Uw machtige hand, verhoor ons.

Jesaja 11:10:”Op die dag zal de telg van Isaï als
een vaandel voor alle volken staan. Dan zullen de volken Hem zoeken en Zijn
woonplaats zal schitterend zijn.

Dit is de banier met zijn rol in oorlogstijd, maar in
het boek Hooglied speelt de banier een andere rol met een andere betekenis; in
het Hebreeuws wordt daarvoor een ander woord gebruikt.

B: De  banier als het vaandel van de liefde.

Een ander woord voor ‘banier’ is het Hebreeuwse woord
‘degel’ wat in Numeri 2+10 elf keer wordt vertaald met vaandel; maar verder
wordt dit woord alleen gebruikt in Hooglied 2:4.

Hooglied 2:4:”Hij heeft mij gebracht naar het
wijnhuis en zijn banier over mij was de liefde.”

Het woord ‘degel’ is afgeleid van het werkwoord
‘dagal’, dat vier keer in de Bijbel voorkomt waarvan drie keer in Hooglied en
als volgt vertaald wordt; de drie teksten uit Hooglied zijn mijn eigen
vertaling, omdat de NBV het woord banier in deze teksten weglaat.

Psalm 20:6:”Laat ons juichen om uw overwinning, het
vaandel heffen in de naam van onze God.

Hooglied 5:10:”Mijn geliefde is schitterend wit,
maar ook rood; hij steekt als een banier uit boven tienduizenden anderen.

Hooglied 6:4:”Je bent zo mooi, mijn vriendin……
geducht als een leger met de banieren omhoog.

Hooglied 6:10:”Wie is zij, die…… geducht is als een
leger met de banieren omhoog?

De betekenis van dit vaandel is heel sterk verbonden
aan de tegenwoordigheid van God die temidden van Zijn volk woont, zoals we in
Numeri 2 zullen ontdekken.

C: De vier vaandels van Israël in Numeri 2 + 10.

In Numeri 2 komen we dit vaandel uitvoerig tegen bij
de instructies van God aan Mozes om het volk Israël op te delen in 4 vaandels.

Numeri 2:1‑2:”De HEER zei tegen Mozes en Aäron:
Wanneer de Israëlieten hun tenten opslaan, moeten ze dat doen rond de ontmoetingstent,
op enige afstand ervan, ieder bij zijn eigen vaandel en bij de
herkenningstekens van zijn familie.

Er waren 4 vaandels bij het volk Israël, en deze
behoorden toe aan de stammen Juda, Ruben, Efraïm en Dan. Volgens de Joodse
traditie zijn dit de vaandeltekens van deze vier stammen: het vaandelteken van
een leeuw was voor de stam Juda, het vaandelteken van een mens was voor de stam
Ruben, het vaandelteken van een rund was voor de stam Efraïm en het
vaandelteken van een arend was voor de stam Dan. Deze vier vaandeltekens komen
we ook tegen bij de troon van God.

Ezechiël 1:10:”Hun gezichten leken van voren op het
gezicht van een mens en van rechts op de muil van een leeuw, van links op de
kop van een stier en van achteren op de bek van een adelaar.

Openbaring 4:6‑7:”Midden voor de troon en eromheen
waren vier wezens, die van voren en van achteren een en al oog waren. Het
eerste wezen zag eruit als een leeuw en het tweede als een jonge stier; het
derde had een gezicht als een mens en het vierde leek een vliegende adelaar.”

Deze vier vaandeltekens zijn dus een expressie van de
troon van God temidden van Zijn volk op aarde; d.m.v. deze vier vaandels geeft
God uitdrukking aan vier verschillende aspecten van Zijn heerschappij waarmee
Hij Zijn volk Israël beschermt. Door de eeuwen heen heeft de christelijke kerk
deze vier tekens gebruikt als symbolen van de vier evangeliën van Matteüs,
Marcus, Lucas en Johannes. Matteüs heeft dan het symbool van de leeuw, Marcus
heeft het symbool van de mens, Lucas heeft het symbool van de stier en Johannes
heeft het symbool van de adelaar.

Bij het volk Israël kreeg elke stam met een van deze
vier vaandels de ondersteuning van twee andere stammen, zoals Aäron en Chur de
armen van Mozes ondersteunden in de strijd tegen Amalek (Ex.17:12). Deze
vaandels hebben heel veel te maken met de positie van de stammen van Israël
rond de ontmoetingstent, dat is dus rond de tegenwoordigheid van God. De
volgorde van de vaandels in de rustpositie van Israël was ook de volgorde bij
het optrekken naar een volgende rustplaats; als eerste trok altijd de ark van
de Heer voorop.

Numeri 10:12:”De Israëlieten trokken in de
voorgeschreven volgorde weg uit de Sinaïwoestijn.”

Numeri 10:33:”De ark van het verbond met de HEER
ging voor hen uit om een rustplaats voor hen te zoeken.

Het eerste vaandel dat optrok was het vaandel van de
stam Juda, daarna kwam de stam Ruben, daarna de stam Efraïm en als laatste kwam
het vaandel van de stam Dan. Tegelijk met het betreffende vaandel trokken
altijd twee andere stammen op; dus met elk vaandel trokken drie stammen in
volgorde achter elkaar op.

De boodschap van Numeri 2 zit vooral in de betekenis
van de Hebreeuwse namen van de 12 stammen van Israël; de volgorde waarin deze
12 stammen door de woestijn trokken bevat een geweldige bemoediging voor ons in
onze eigen persoonlijke reis door woestijn.

D: Het
eerste vaandel, dat is de leeuw van Juda.

Numeri 10:14:”Het eerste braken de afdelingen op
die bij het vaandel van de Judeeërs gelegerd waren.”

D1: Het  vaandel van Juda (Numeri 2:3).

De naam Juda betekent ‘geprezen’; toen hij geboren
werd zei zijn moeder namelijk: Nu zal ik de Heer loven (Genesis 29:35). De naam
Juda heeft dus alles te maken met lofprijzing, en in de strategie van God
behoort lofprijzing altijd voorop te gaan in de reis van Gods volk. De banier
van lofprijzing en aanbidding is de grote baanbreker voor het volk van God.

Richteren 1:2:”De Heer antwoordde: Juda moet als
eerste oprukken; hun geef Ik het land in handen.

Psalm 50:23:”Wie een dankoffer brengt, geeft Mij
alle eer; wie zo zijn weg gaat, zal zien dat God redt.”

Maar het vaandel van de lofprijzing heeft de
ondersteuning nodig van twee andere stammen; de betekenis van hun namen is van
groot belang in het ondersteunen van de lofprijzing, en we zien hier de
geestelijke betekenis van het vaandel in de Bijbel.

D2: De  stam Issachar (Numeri 2:5).

De naam Issachar betekent ‘er is compensatie’; toen
hij geboren werd zei zijn moeder: God heeft mij beloond omdat ik mijn slavin aan
mijn man hebt gegeven (Genesis 30:18). De naam Issachar heeft dus te maken met
het ontvangen van een beloning van God.

D3: De  stam Zebulon (Numeri 2:7).

De naam Zebulon betekent ‘bij mij wonen’; toen hij
geboren werd zei zijn moeder: God heeft mij een mooi geschenk gegeven; ditmaal
zal mijn man bij mij wonen (Genesis 30:20). De naam Zebulon heeft dus te maken
met het ontvangen van een geschenk van God.

D4:  Samenvatting.

De vaandel van Juda heeft dus te maken met de
lofprijzing in ons leven, maar de lofprijzing wordt ondersteund door wat God
ons gegeven heeft, zoals de stam Juda ondersteund werd door twee stammen die de
gevende goedheid van God in hun namen hadden. De lofprijzing in Israël was
namelijk altijd geworteld en gefundeerd in de goedheid en genade van God.

1 Kronieken 16:34 Looft de HEER, want Hij is goed,
eeuwig duurt Zijn trouw.

De lofprijzing aan God is geworteld in Zijn goedheid
en in wat Hij ons gegeven heeft. In het hogepriesterlijk gebed van Jezus in
Johannes 17 beriep Jezus Zich voortdurend op datgene wat de Vader Hem gegeven
had, waarmee Jezus aantoonde dat gebed en lofprijzing diepgeworteld zijn in de
gaven van God de Vader. Het woord ‘geven’ komt in het Grieks 16 keer voor in
Johannes 17. Zo ook in de volgende tekst.

Johannes 3:35:”De Vader heeft de Zoon lief en heeft
alle macht aan Hem overgedragen.

E: Het  tweede vaandel, dat is de mens van Ruben.

Numeri 10:18:”Vervolgens braken de afdelingen op
die bij het vaandel van Ruben gelegerd waren.

E1: het  vaandel van Ruben (Numeri 2:10).

De naam Ruben betekent letterlijk ‘kijk, een zoon,’
maar toen hij geboren werd zei zijn moeder: De HEER heeft gezien wat ik te
verduren heb. Nu zal mijn man van mij houden. (Genesis 29:32). Het vaandel van
Ruben staat in het teken van het verwerken van verdriet, maar terwijl wij nog
bezig zijn om ons verdriet te verwerken, zegt God: ‘Kijk, een zoon’. Ons
verdriet wordt door God gezien, maar Hij blijft ons koesteren in onze
identiteit als zonen en dochters; ons verdriet doet daar niets aan af.

E2: De  stam Simeon (Numeri 2:12).

De naam Simeon betekent letterlijk ‘gehoord’; want
toen hij geboren werd zei zijn moeder: De HEER heeft gehoord hoe weinig mijn
man van me houdt (Genesis 29:33). Zijn moeder Lea was namelijk niet erg geliefd
bij haar man Jakob, maar zij begreep dat zij in haar eenzaamheid wel door God
gehoord werd, net als Israël dat zich ook vaak verlaten voelde.

Jesaja 54:6 Je was een verlaten, wanhopige vrouw toen
de Heer je terugriep.

E3: De stam  Gad (Numeri 2:14).

De naam Gad betekent ‘geluk’; toen hij geboren werd
zei zijn moeder: Het geluk is met mij (Genesis 30:11). Het verdriet van Lea
werd gecompenseerd door de geboorte van dit kind.

E4: Samenvatting.

Het vaandel van Ruben staat in het teken van verdriet
dat verwerkt wordt; gebedsverhoring en het ontvangen van geluk door de Heer
zijn geweldige momenten van troost om verdriet goed te kunnen verwerken.
Lofprijzing (Juda) en verwerking van verdriet (Ruben) zijn niet elkaars
tegengestelden maar horen juist bij elkaar zoals de linker en rechterarm van
ons lichaam; zo horen ook de vaandels van Juda en Ruben bij elkaar, maar wel in
de juiste volgorde.

Romeinen 12:15 Wees blij met wie zich verblijdt, heb
verdriet met wie verdriet heeft.

Jakobus 5:13 Als iemand van u het moeilijk heeft, laat
hij bidden; is hij vrolijk, laat hij dan een loflied zingen.

F: Het derde vaandel, dat is het rund van Efraïm.

Numeri 10:22 Daarna braken de afdelingen op die bij
het vaandel van de Efraïmieten gelegerd waren.

F1: Het  vaandel van Efraïm (Numeri 2:18).

De naam Efraïm betekent ‘dubbel vruchtbaar’; Jozef was
de vader van Efraïm en hij zei bij de geboorte: God heeft mij vruchtbaar
gemaakt in het land waar ik zoveel te verduren heb gehad (Genesis 41:52).

Leviticus 26:9:”Ik zal naar jullie omzien en je
vruchtbaar en talrijk maken, en Mijn verbond met jullie gestand doen.

F2: De  stam Manasse (Numeri 2:20).

De naam Manasse betekent ‘doen vergeten’; zijn vader
Jozef zei bij zijn geboorte: God heeft mij al mijn ellende en het gemis van
mijn familie doen vergeten (Genesis 41:51).

Psalm 10:14:”Toch ziet U de pijn en het verdriet, U
merkt het op en weegt het in Uw hand.

F3: De stam Benjamin (Numeri 2:22).

De naam Benjamin betekent letterlijk ‘zoon van de rechterhand’;
zijn vader Jakob gaf hem deze naam nadat zijn moeder hem eerst ‘Ben‑oni’ (zoon
van mijn zorgen) had genoemd (Genesis 35:18).

Psalm 16:11:”U wijst mij de weg naar het leven:
overvloedige vreugde in Uw nabijheid, voor altijd een lieflijke plek aan Uw
zijde (=rechterhand).

F4: Samenvatting.

De vruchtbaarheid van het vaandel van Efraïm in het
land van de moeilijkheden wordt altijd ondersteund door het vergeten van
verdriet (Manasse) en door het ontvangen van overvloed uit de rechterhand van
God (Benjamin).

G: Het vierde vaandel, dat is de arend van Dan.

Numeri 10:25:”Tenslotte braken de afdelingen op die
bij het vaandel van de Danieten gelegerd waren; zij vormden de achterhoede.

G1: Het vaandel van Dan (Numeri 2:25).

De naam Dan betekent ‘rechter’; want zijn moeder zei
bij zijn geboorte: God heeft mij recht gedaan; Hij heeft mij verhoord en mij
een zoon gegeven (Genesis 30:6). Het is goed om hierbij te beseffen dat het
begrip ‘rechter ‘in de Bijbel te maken heeft met het rechtzetten van bepaalde
zaken, dus meer recht verschaffen dan simpelweg alleen maar rechtspreken.

Psalm 103:6:” De Heer doet wat rechtvaardig is, Hij
verschaft recht aan de verdrukten.

G2: De stam Aser (Numeri 2:27).

De naam Aser betekent ‘gelukkig’; zijn moeder zei bij
zijn geboorte: Wat ben ik nu gelukkig! Alle vrouwen zullen mij gelukkig prijzen
(Genesis 30:13).

Psalm 41:2:”De Heer zal hem beschermen en in leven
houden, men prijst hem gelukkig in het
hele land.”

G3: De stam Naftali (Numeri 2:29).

De naam Naftali betekent ‘vechter’; zijn moeder zei
bij zijn geboorte: Ik heb een zware strijd gevoerd, maar ik heb gewonnen
(Genesis 30:8).

Romeinen 8:37:”Maar wij zegevieren in dit alles
glansrijk dankzij Hem die ons heeft liefgehad.”

1 Korinthiërs 15:57:”Maar laten we God danken, die
ons door Jezus Christus, onze Heer, de overwinning geeft.

G4: Samenvatting.

Het vaandel van Dan vormde de achterhoede van het volk
Israël; hij verschafte recht waar dingen nog niet in orde waren gezet door de
voorafgaande vaandels. Hij werd hierbij ondersteund door geluk (Aser) en
overwinning (Naftali).

H: Jezus is de Leeuw van Juda.

Openbaring 5:5:”Wees niet verdrietig, want de
Leeuw uit de stam Juda, de Telg van David, heeft de overwinning behaald.

Uit deze opmerking in het boek Openbaring blijkt
duidelijk dat Jezus Zelf het vaandel is dat vooropgaat bij Zijn volk dat op weg
is naar het beloofde land; Hij is Degene die in Zijn volle overgave en
lofprijzing aan de Vader de Bruid op weg brengt naar haar bestemming. Jezus
wordt hierbij ondersteund door alles wat de Vader Hem gegeven heeft.

Johannes 3:35:” De Vader heeft de Zoon lief en
heeft alle macht aan Hem overgedragen.

Wat wij kunnen leren uit Numeri 2 over de betekenis
van de banier in de Bijbel is dat in de pelgrimsreis van het volk van God de
ark van de tegenwoordigheid en de glorie van de Heer vooropgaat, direct gevolgd
door de banier met de Leeuw van Juda. De ark symboliseert de volheid van God
die in Jezus Christus aanwezig is, en de banier van Juda symboliseert zowel de
kracht als de intimiteit van Jezus, die vooropgaat in de lofprijzing aan de
Vader. Wij worden in navolging van Jezus in onze aanbidding van de Vader (Juda)
ondersteund door de beloning die God ons geeft (Issachar) en de vele geschenken
die God ons geeft (Zebulon). Dit is de banier van de leeuw.

In dit proces van aanbidding op onze pelgrimsreis
mogen wij al ons verdriet uit het verleden verwerken (Ruben), waarbij wij
ondersteund worden door gebedsverhoring (Simeon) en door het geluk dat God ons
geeft (Gad). Hoewel wij een geestelijke identiteit als zonen en dochters van
God hebben, berooft ons dat niet van ons mens‑zijn op aarde; geestelijk zijn is
in geen enkel opzicht in strijd met menselijk zijn. Jezus was al van vóór de
eeuwigheid de Zoon van God, maar hij werd de Zoon van de mens (Johannes 1:14);
en in Zijn hele leven als mens op aarde heeft Hij ons laten zien hoe het banier
van Ruben toegepast moet worden. Dit is de banier van de mens.

Zelfs tijdens dit proces van het verwerken van ons
verdriet maakt God ons dubbel vruchtbaar (Efraïm), waarbij wij geholpen worden
door het vergeten van ons verdriet (Manasse) door de werking van de rechterhand
van God (Benjamin). De Heilige Geest leert ons het banier van de aanbidding te
dragen (Juda), maar Hij stelt ons ook in staat om emotionele pijn uit het
verleden verwerken (Ruben). Wanneer deze twee banieren goed toegepast worden,
breekt er een periode aan waarin God ons vruchtbaar gaat maken voor Zijn
koninkrijk. Dit is de banier van het rund.

In dit alles gaat de Heilige Geest aan het werk om
alles wat nog verbetering nodig heeft recht te zetten (Dan), waarbij wij
ondersteund worden door de zegen van God (Aser) en Zijn kracht tot overwinning
(Naftali). Jezus geeft ons eerst de kracht tot dankbaarheid (Juda) en enorme
troost in verdriet (Ruben), waarna Hij ons laat zien hoeveel Hij van ons houdt
door ons veel zegen te geven en vruchtbaar te maken (Efraïm). Om dit proces te
voltooien werkt Hij op een vaak verborgen manier in ons hart om vele zaken recht
te zetten in gebieden waar dingen scheef gegroeid zijn. Dit is
de banier van de arend.

En vergeet het volgende niet!

Hooglied.2:4 “Hij heeft mij gebracht naar het
wijnhuis en zijn banier over mij was de liefde.”

———oOo——-

Dit bericht is geplaatst in Teksten. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *