Het Raadsplan van God

Het Raadsplan van God – en het oppositieplan van Satan

Inleiding

Strijd om de heerschappij!

God heeft een uniek en zeer bijzonder plan vanaf de schepping van Adam tot aan het einde van het duizendjarig Vrederijk, bij het aanbreken van de eeuwigheid.
God zelf is van eeuwigheid tot in eeuwigheid, de enige IK BEN. De universele cosmos bestaat al vele miljoenen jaren vóór Adam. De geschiedenis van dit menselijk ras begint bij Adam.
Gedurende het tijdperk tussen Genesis 1:1 – 1:2 is Satan met éénderde van de engelen uit de hemel geworpen om dat Satan als hoofdengel van God, wegens diens hoogmoed. Zo verloor hij zijn heerschappij-positie naast God.

Het hevige conflict vanaf Genesis tot Openbaring, door de gehele menselijke geschiedenis heen, centreert zich om De strijd om heerschappij. De strijd tussen God en Satan speelt zich af in het onzienlijke, en de strijd tussen Gods zaad (familie) op aarde en Satans zaad (familie) op aarde, speelt zich af in het fysieke:”En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen (Genesis 3:15).

God (is licht) formeerde voor Zichzelf een familie op aarde naar Zijn beeld (Genesis 1:26-26; 5:3; Mattheüs 13:37-38).). Hij creëerde Adam en Eva om met Hem te wandelen, Zijn lof te verkondigen, en om de aarde te vullen met ZIJN BEELD en HEERSCHAPPIJ op aarde uit te oefenen (Genesis 1:26-28). Adam ontvangt dus nu de heerschappij welke Satan door zijn hoogmoed en zelfverheffing verloren heeft (Jesaja 14:12-14; Ezechiël 28:12-15).
Satan creëerde voor zichzelf ook een familie op aarde naar zijn eigen beeld. (Mattheüs 13:37-38).Voor dit doel verleidt Satan Eva en Kaïn wordt als tweelingbroer van Abel geboren (Johannes 3:12).

Kaïn betekent ook: “I have created.” Satan boots God in alles na, zelfs in Zijn oorspronkelijke scheppingsdaad (Maar Satan kan echter niet zoals God uit stof formeren), en verwekt zodoende een mens. Hierdoor verloor Adam zijn heerschappij op aarde en steelt de duivel dit van hem (Lukas 4:5-6). Sindsdien regeert Satan op aarde. (Johannes 12:31; 14:30; 16:11, 18:36. 2 Korinthiërs 4:4; Efeziërs 2:2). Samen met hem bevordert hij zijn familie op aarde ook het streven naar heerschappij. (Mattheüs 23:31-36; Openbaring 3:9).

God is thans Koning in de hemel en Zijn wil geschied daar. Satan is koning op aarde en zijn wil geschied daar. Satans heerschappij is gedeeltelijk ingekort bij Christus opstanding uit de doden en bij Zijn hemelvaart:

Christus heeft de macht over de dood en het dodenrijk gekregen (Openbaring 1;18; Efeziërs 4:8-10). In de Naam van Christus en door de kracht van Zijn bloed is elke gelovige meer dan overwinnaar in zijn/haar eigen persoonlijk geloofsleven (Romeinen 8:37-39).

Christus is nu onze Voorspraak bij de Vader voor Zijn troon ( Romeinen 8:34; Hebreeën 9:24; 1 Johannes 2:1) – Satan was vroeger ook tegenwoordig in de raadszalen van God toen de programma’s voor de eeuwen werden opgesteld, vandaar zijn effectieve oppositieplan (Ezechiël 28:3). Maar nu is hij echter neergeworpen tot op de aarde en de lucht (de eerste en tweede hemel).

In geloof kan de gelovige nu elke vurige pijl van de Boze afweren (Efeziërs 6:10-18).
Satan oefent echter zijn heerschappij uit op aarde, waar hij zijn eigen wereldstelsel – gebaseerd heeft zijn beginselen van macht, geweld, winst en leugen. Een wereld stelsel die de Bijbel identificeert als het Babylonische, economische en politieke wereldstelsel; door Satan opgericht om te voorkomen dat Gods Koninkrijk op aarde herbevestigd kan worden; die de grondslag van Satans wereldheerschappij moest vormen.

Pas bij de Wederkomst van de TWEEDE ADAM wordt Satans heerschappij en zijn Babylonisch wereldstelsel vernietigd (Daniël 2:44-45; 7:14,18, 27; Openbaring 17-19). Dan aanvaard Christus zijn koningschap en wereldheerschappij op aarde en wordt zijn Koninkrijk op aarde opgericht. Daarvoor moeten wij dagelijks bidden. (Mattheüs 6:10). En ons dagelijks beijveren (Maat 6:33). Dit was het dringende verlangen van de apostelen (handelingen 1:6). Maar Satan probeert dit echter ten koste van alles te verhoeden.

De strijd om de heerschappij vindt dus gestalte op tweeërlei vlak:

Geestelijk:
De strijd van de gelovige (Efeziërs 6:12) tegen de onzichtbare machten van de duisternis in de lucht.
De gevestigde traditionele kerken zijn zich hiervan bewust en waarschuwen hun leden tegen deze machten en hun predikanten concentreren zich op dit vlak.

Fysiek:
Gods fysieke nageslacht op aarde (Adam, Set, Sem, Heber, Abraham, Isaäk, Jakob/Israël voortbestaan wordt bedreigd door Satan fysieke nageslacht op aarde (Kaïn, Gam, Kanaän, Ezau, Amelek, Edomitische joden) Let op: deze zijn niet door God geplant (Mattheüs 15:12-14; Johannes 8:42-47).

De gevestigde traditionelen Kerken weigeren om kennis te nemen van deze Schriftkennis, want dit bevestigt onderscheid tussen mens en mens wegens diens verschil in hun herkomst. Via deze Schriftwaarheid identificeren wij onze familie van God op aarde als zijn blanke Adamitisch ras. Maar weinige zien dat vandaag deze waarheid, en daarom wordt dit niet verkondigd.

Let er goed op dat deze strijd veel meer omvat dan alleen de persoonlijke geestelijke worstelstrijd tegen wereldgezindheid, vleselijke begeerten en beïnvloeding door demonische machten.

De weigering om de volle raad van God te verkondigen (Handelingen 20:27)  heeft een half evangelie tot gevolg.
Maar er is geen ander Evangelie (Galaten 1:6-12). Een half evangelie heeft tot gevolg dat u tevergeefs gelooft:

1 Korinthiërs 15:1-2:“Ik maak u bekend, broeders, het evangelie, dat ik u verkondigd heb, dat gij ook ontvangen hebt, waarin gij ook staat, waardoor gij ook behouden wordt, indien gij het zo vasthoudt, als ik het u verkondigd heb, tenzij gij tevergeefs tot geloof zoudt gekomen zijn.”

Het Raadsplan van God over 7000 jaar!

Eén dag als duizend jaar:

Door de gehele Bijbel vinden wij het getal zeven als aanduiding van volheid, afgerond en finaliteit.
Zeven is het getal van de volmaaktheid. De  scheppingsweek van God is een volmaakt afgeronde werkweek mét zijn rustdag:”Doch dit ene mag u niet ontgaan, geliefden, dat een dag bij de Here is als duizend jaar en duizend jaar als een dag” (2 Petrus 3:8).

Het gehele Raadsplan van God kan opgesomd worden in een periode van een week, een week van millennium ‘s bestaande uit ZEVEN tijdperken van elk duizend jaar. Zes duizend jaar van arbeid-, overlevering- en worstelstrijd, gevolgd door duizend jaar van rust:”Er blijft dus een sabbatsrust voor het volk van God.  Want wie tot zijn rust is ingegaan, is ook zelf tot rust gekomen van zijn werken, evenals God van de zijne” (Hebreeën 4:9-10).

Deze tijdperken van duizend jaar elk worden soms eeuwen genoemd en soms dagen. Het verband van een bijzondere profetie zal dus bevestigd of dit verwijst naar dagen van 24 uur of dagen van 1000 jaar elk.

Binnen het brede perspectief van het Raadsplan van God over deze ZEVEN “dagen”, wordt na de laatste drie dagen van de week als LAATSTE DAGEN verwezen. De periode na Christus geboorte aan het einde van de vierde dag – dus 2000 jaar van kerkgeschiedenis zowel als de duizend jarig Vrederijk – behoord tot de bedeling van de laatste dagen:”Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon” (Hebreeën 1:1).

Hosea 6:2:“Hij zal ons na twee dagen doen herleven, ten derden dage zal Hij ons oprichten, en wij zullen leven voor zijn aangezicht.”

“En zes dagen (zesduizend jaar -symbolisch) later nam Jezus Petrus en Jakobus en zijn broeder Johannes mede en Hij leidde hen een hoge berg op, in de eenzaamheid. En zijn gedaante veranderde voor hun ogen en zijn gelaat straalde gelijk de zon en zijn klederen werden wit als het licht” (Mattheüs 17:1-2).

Let op: deze schriftaanhalingen is een duidelijke vooruitzien van de verheerlijkte Christus die na zes dagen zal komen om tijdens de zevende dat OP AARDE ALS KONING TE REGEREN.

Schematische voorstelling van 7000 jaar:

Genesis tot Openbaring:

De vijf boeken van de wet als ook Jozua dekt ongeveer een tijdperk van 4000 v.Chr. tot 1000. v.Chr.
De toekomstgerichte profetieën dekken het tijdperk vanaf 1000 v.Chr. Tot 3000 v.Chr. – dit behelst het verloop van Israëls geschiedenis vanaf hun vestiging in het land Kanaän als Koninkrijk van David tot de herbevestiging van het Koninkrijk van God op aarde, tot het duizendjarig Vrederijk en het finale oordeel.

Mattheüs tot Johannes dekt Jezus geboorte aan het begin van de vijf duizend jaar, zijn openbare bediening en zijn kruisiging. Handelingen volgt na Jezus hemelvaart tot Paulus door in Rome in 67 na Chr.
De brieven dateren tussen 50 en 100 na Chr. Het boek Openbaring dekt de geschiedenis van Israël en de gemeente binnen Israël, vanaf na de uitstorting van de Heilige Geest en de totstandkoming van de eerste Christelijke gemeente (Efeze-30 n.Chr.) tot aan het einde van het duizendjarig Vrederijk (3000 .n.Chr).

Conflict vanaf Genesis tot Openbaring !

Aangezien Satan de vorst van deze wereld is, neemt hij ook het initiatief op aarde in zijn aanval op God en zijn volk (Openbaring 12:5-17) in zijn streven naar Wereldheerschappij!
God haat Satan en zijn familie (Maleachi 1:2-4; Romeinen 9:13-22) Maar zijn eigen familie bemind Hij met een eeuwige liefde (Jeremia 31:3; Johannes 13:1). Hij bewaard en beschermd zijn volk te midden van deze satanische strijd want Hij heeft hen bestemd tot heerschappij (Romeinen 4:13, 16) Met Christus als Koning!!! (Mattheüs 19:28; Openbaring 3:21).

We volgen nu de strijd om de heerschappij over de zevenduizend jaar:
God beschermt en bestemd zijn nageslacht voor de wereldheerschappij

Satan en zijn nageslacht streven naar wereldheerschappij.

(Elk nummer duid aan (a) is diegenen die het initiatief neemt, en met (b) die daarop reageert).

“De verborgene dingen zijn voor den HEERE, onzen God, maar de geopenbaarde zijn voor ons en voor onze kinderen, tot in eeuwigheid, om te doen al de woorden dezer wet” Deut..29:29 

A: God beschermd en bestemd zijn nageslacht voor wereldheerschappij
4.000 voor Christus

God schept Adam en Eva als goddelijke, zondeloze wezens in gerechtigheid en heiligheid. Geestelijk moesten zij innerlijk het Godsbeeld vertonen en fysiek moeten zij zich vermenigvuldigen en de aarde vullen met Gods beeld (voorkomen).

Adam en Eva verwekken Abel.

Set wordt verwekt naar Gods beeld en gelijkenis door wie Hij Zijn geslacht op aarde behoudt: (Genesis 5). Uit Sets nageslacht selecteert God zijn familie (Genesis 5:1-32; 9:26; 11:10-32) tot op Sem en Abraham. God scheidt dus de twee zaden en selecteert tot behoudt van Zijn nageslacht (Lukas 3:23-38).

God bewaart Noach als raszuivere Adamiet (Genesis 6:9), en beloofd de vernietiging van de bloedvermening en gevoeglijk het boze geslacht op aarde.

B: Satan en zijn nageslacht streven naar wereldheerschappij
4.000 voor Christus

‘Want zijn gedachten zijn ons niet onbekend’ 2 Kor. 2:11

Satan verleidt Eva tot ongerechtigheid en Adam tot ongehoorzaamheid. Zo schendt hij de innerlijke Godsbeeld en steelt Adam en Eva’s eer en HEERSCHAPPIJ.

Satan “schept” (verwekt) Kaïn naar zijn eigen beeld en gelijkenis doordat hij Eva verleidt en zorgt zó voor zijn eigen familie op aarde. (Genesis 3; 4:16-24).

Satan inspireert zijn zoon Kaïn om Abel dood te slaan in een poging om de voortplanting van het Godszaad op aarde uit te wissen (Genesis 4).

De gevallen engelen van Satan manifesteren zich als mannelijke personen en bevruchten de dochters van de mens (Adam) met satanszaad (Genesis 6). Opnieuw een poging om het Godszaad op aarde te vertroebelen en zodoende uit te wissen. Het nageslacht was een boos en wreedaardig geslacht en opstandig tegen God.

A. 3000 voor Christus
God stuurt de universele zondvloed die alle leven op aarde uitwist, behalve Noach en zijn familie en de dieren in de ark (Genesis 7:1-8; 22).

God is de God van Sem, de stamvader van de Hebreeën. Gods geslacht wordt door Sem en zijn nageslacht op aarde behouden (Genesis 11:10-32) – het geslacht uit wie Christus geboren zou worden.

Israël moest later als volk in dat gebied in afzondering leven van de zwarte Kanaänieten (van Gam). Deuteronomium 7:6; 14:2; 33:28; Ezra 9:2; Nehemia 13:3.

God verward hun poging en verstrooid het mensdom over de gehele aarde (Genesis 11:7-9)
God doet bovengenoemde tot bewaring en behoud van Zijn eigen geslacht op aarde (Deuteronomium 32:6; Handelingen 17:26) uit wie Hij Zijn volk zal roepen en door wie Hij Zijn Koninkrijk op aarde wil vestigen.

B:3000 voor Christus

Satan zorgt dat zijn zaad de zondvloed overleeft door bloedvermening. Hij laat zijn zaad in Cham voortleven- zodat zijn familie een deelvormen van de aardbewoners na de zondvloed (Genesis 9:19; 10:32). Vgl. ook Genesis 6:4 – “en ook daarna”!

Satan gebruikt Cham om Noachs nageslacht te onteren (Genesis 9:21-24). En gevoeglijk wordt Chams nageslacht vervloekt tot het knechtschap voor zijn broers (Genesis 9:25-27).

Met de bouw van de stad Babel door Nimrod vestigt Satan zijn fysieke koninkrijk en wereldstelsel op aarde (Genesis 10:9-10); 11:3-4).

Chams nageslacht – de Kushieten, Kanaänieten, Filistijnen, enz hebben zichzelf over de aarde verspreid (Genesis 10:18), om tussen de Semieten te gaan wonen in een poging tot éénwording (Genesis 11:1-6). Ook door de bouw van de toren van Babel.

A. 2000 voor Christus

Uit Sems nageslacht roept God Abraham en sluit een onherroepelijk, onvoorwaardelijk en eeuwig verbond met hem. Deze verbondsbeloften sluit o.a. wereldheerschappij in, aan hem en zijn nageslacht uit Sara (Genesis 12-15).

God beloofd aan Abraham en Sara een zoon als erfgenaam, op wie zij 25 jaar moesten wachten (Genesis 18:9-15).

Isaäk, het wonderkind ( Galaten 4:29). God beschouwd hem als Abrahams ENIGGEBORENE (Hebreeën 11:17). Al de verbondsbeloften en zegeningen van Abraham wordt aan Isaäk beloofd (Genesis 17 en 21).

God bepaald dat Ismaël niet met Isaäk zal erven (Genesis 21:10; Romeinen 9:8; Galaten 4:30).

God creëert uit Isaäk een ras die het zaad van de vrouw, het Godszaad, zou voortplanten. In Isaäk wordt een wonderras aan God geofferd als dienstvolk en dragers van het Evangelie.

God draagt zorg dat Jakob het eerstgeboorterecht krijgt (Genesis 25:29-34) als ook de eerstegeboorte (Genesis 27:28-29) waar de HEERSCHAPPIJ over zijn broers is inbegrepen (Genesis 27:40).
Jakob ontvangt de verbondsbeloften van Abraham en Isaäk ( Genesis 18:10-22; 35:9-13).

Jakob wordt verhoed om een vrouw te nemen uit de Kanaänieten (Genesis 28:1-4).
God beschermt en bewaard Jakob en stuurt hem 20 jaar naar Laban, waar hij trouwt met Rachel en Lea en hij krijgt twaalf zonen en één dochter. (Genesis 28-32) Op de weg terug worstelt Jakob bij de rivier de Jabbok met God, hij overwint en God veranderd zijn naam in Israël, dat Prins (heersende) met God betekent” (Genesis 35:10-11).

Een der zonen van Jacob, Juda gehoorzaamde niet aan de geboden des Heeren en trouwde met een Kaänitische. Het was kwaad in de ogen van God en hij laat de dochter van de vrouw van Juda en  Er (de eerstgeborene van Juda) en Onan (ook een zoon van Juda) sterven. (Genesis 38:7-12).
God voorziet Jozefs wegvoering als slaaf naar Egypte (Genesis 39-41) om zodoende voorziening te maken tot overlevering voor Jakob en zijn familie.
God beschikt dat de Semitische Hyksos Farao’s aan het bewind zijn, die Jozef aanstelt als onder-koning in een heersende hoedanigheid.

Jozef zoon, Efraïm (de jongste van een tweeling), ontvangt het eerstgeboorterecht voor Jakobs dood (Genesis 48:13-19). Efraïm wordt de leidersstam van het tienstammenrijk (1 Kronieken 5:1-2).

God verhinderd Satans wrede kindermoordpoging door een Gods vrezende Hebreeuwse vroedvrouw (Exodus 1:17-21) en door de geboorte en bewaring van Mozes (Exodus 2).
God roept Mozes om Zijn volk (familie) uit Egypte te leiden (Exodus 3&4) en aan Mozes te zeggen dat Israël  zijn eerstgeboren zoon is (Exodus 4:220) en om Farao te waarschuwen dat zijn eerstgeboren zoon zal sterven (Exodus 4:23; 11:4-6; 12:12,23).

Te midden van de plagen maakt God onderscheid tussen de Israëlieten en de Egyptenaren, ja zelfs tussen het vee van Israël en het vee van de Egyptenaren. De Egyptenaren verloren al hun eerstgeborenen (Exodus 12:29-30) en hun tijdelijke heerschappij over Israël wordt beëindigd.
HET BLOED VAN HET PAASLAM (Exodus 12) aan de deur van de Israëlieten bewaard hen van de verderver en wijst naar het Paaslam, hun Messias, die zou komen om met Zijn bloed Zijn eerstgeboren zoon Israël, vrij te kopen en te heiligen voor God (Hebreeën 13:12).

God strijd echter voor Zijn volk en tot behoudt van Zijn zaad. Met machtige wonderwerken trekt Israël droogvoets door de Rode Zee terwijl al de Egyptenaren verdrinken (Exodus 14:21-31).

God schenk aan Israël overwinning en onderneemt: – dat Hij de gedachtenis aan Amalek (satanszaad) onder de hemel zal uitdelgen; – dat Hij oorlog zal voeren tegen Amalek van geslacht tot geslacht (Exodus 17:14-16).

God treed in het huwelijk met Israël bij de berg Sinaï (Exodus 19:20) en geeft aan haar streng de opdracht om heilig (afgezonderd) (Leviticus 19:1-2) voor Hem te blijven (Leviticus 20:22-26) te midden van al de omringende heidense volkeren (Deuteronomium 7:1-7; 14:2; Jozua 23;6-13). Numeri 23:9:“Want van der rotsen top zie ik Hem, van de heuvelen aanschouw ik Hem. Zie, een volk, dat alleen woont en onder de natiën zich niet rekent.” (Deuteronomium 23:1-5).

In Deuteronomium 4:5-8 vinden wij Gods doel met Israël

De natiën rondom Israël moest de wijsheid en doeltreffendheid van Gods wetten en verordeningen, in en door hen gedemonstreerd zien! Het onderhouden hiervan zou grote voorspoed en gezondheid meebrengen en dit zou Israël de gelegenheid geven te getuigen van de Levende God van Israël

Gedurend de gehele woestijntocht demonstreert God aan Zijn volk en onderricht Hij Zijn volk, door de tabernakeldienst, aangaande het VERZOENENDE BLOED VAN HUN KOMENDE VERLOSSER die voor hen geboren zou worden.

Indien Israël Gods geboden zouden gehoorzamen – ”Dan zal de Here jou God jou als de hoogste stellen boven alle natiën van de aarde.” (Heerschappij) !! (Deuteronomium 28:1-2, 13).

God neemt Jericho in voor Israël door een machtig wonderwerk en beveelt Israël om (tot hun eigen behoud) al de Kanaänitische volkeren voor zich uit te verdrijven (Jozua 3-6). Israël is voorheen immers al vermaand tot “geen genade, geen verbond, geen vermenging” met deze volkeren. God behoudt en beschermt een overblijfsel van zijn volk door al de veldslagen en bedreigingen heen.

B. 2000 voor Christus
Satan went bij twee gelegenheden pogingen aan om Abrahams vrouw, Sara, te schenden – maar zonder succes (Genesis 12:14-20; 20:1-18).

In deze tijd van geloofsbeproeving verzoekt Satan Sara met ongeduld en haast voor een erfgenaam. Op haar verzoek neemt Abraham de Egyptische slavin Hagar bij hem, en Ismaël wordt geboren.

Ismaël is geboren naar het vlees (Galaten 4:29); hij spot met Isaäk (Genesis 21:9-10) en vervolgt hem (Galaten 4:29-30). Ismaël was een bedreiging voor de ware erfgenaam. Satan zou graag zien dat de eerstgeboorte-zegen aan Ismaël zou toekomen.

Om dit te proberen te voorkomen heeft Satan betijds voorzieningen gemaakt dat zijn adderzaad (Ezau) samen met het Godszaad (Jakob) in de baarmoeder van Rebekka beland (Genesis 25:19-25), wat een worstelstrijd in haar veroorzaakt om als eerste geboren te worden. De strijd tussen DEZE TWEE ZADEN zou voorduren tot het einde!
Ezau wordt als eerste geboren, als een harige bok (Genesis 25:25; 27:11, 16, 23, 27).
Fysiek sterker. Satan poogt opnieuw om het eerstgeboorterecht-zegen te verkrijgen.

Ezau trouwt, overeenkomstig zijn herkomst, met de dochters van Kanaänieten (Genesis 26:34-35). Ezau is de stamvader van de Amalekieten en Edomieten (Genesis 36) die voortaan een voortdurende bedreiging voor Jakobs nageslacht (Israël) zal zijn (Ezechiël 35:5; Amos 1:11; Obadja 1;10; Lukas 11:47-51). In zijn volhardend strijd tegen de dragers van het Godszaad, gebruikt Satan deze bastaardgeslacht van Ezau als ook de Kanaänitische volkeren (beide van zijn eigen zaad) op berekende wijze.

Ezau (satanszaad) is Jakob vijandiggezind en onderneemt om hem te doden.
Satan weet dat de Christus uit Juda geboren zou worden en concentreert zijn aanslag vooral daarop – dat Juda zich verbasterd. (Genesis 38:1-5).

Satan bepland een hongersnood om Jakob en zijn familie te laten omkomen (Genesis 41:54-57).

De zwarte Farao’s Thebe volgen de dynastie van de Hyksos als Farao’s op, en Israëls slavernij in Egypte begint en neemt in felheid toe (Exodus 1,5).
Satan poogt om alle mannelijke baby’s te vermoorden (Exodus 1:16, 22).
Satan daagt het gezag en autoriteit uit die God aan Mozes en Aäron heeft gegeven, door de tovenaars van Egypte te laten optreden (Exodus 7:11, 28; 8:7, 18).

Farao verhard zichzelf voortdurend en weigert om Gods volk te laten vertrekken, zodat de Israëlieten toenemend straffer verdrukt en vervolgd wordt.
Amper waren de 3 miljoen Israëlieten op weg uit Egypte of Farao gaat hen achterna (Exodus 14:8-12).

Pas nadat Israël verlost is van de Egyptenaren, valt Amalek (kleinzoon van Ezau) Israël van achteren aan (Exodus 17:8-16). Later vinden wij dat de Edomieten (Ezau’s nageslacht) weigeren om Israël over hun grond te laten trekken en dreigen hen met oorlog (Numeri 20:18) Ezau blijft Jakob vijandiggezind.

Door geestelijke en fysieke verleiding tot ongehoorzaamheid aan Gods geboden (2 Petrus 2:21) om tot een geheiligd, afgezonderd volk te leven – slaagt Satan erin om Israël te verhinderen om haar doel te bereiken. Hiervan vinden een voorbeeld in het verhaal van Bileam en Balak (Numeri 22-25):

Bileam geeft aan Balak het satanisch-geïnspireerde raad om Israël te laten vermengen met de heidenvolken (Deuteronomium 23:3-6) waarvan hun geslachten niet gereinigd kunnen worden (Jozua 22:17):

Het wil voorkomen alsof Satan slecht enkelen de waarheid, diepte en omvang daarvan laat verstaan, maar de gelovige heeft erop gewacht:  2 Korinthiërs 3:14-15:”Maar hun gedachten werden verhard. Want tot heden toe blijft dezelfde bedekking over de voorlezing van het oude verbond zonder weggenomen te worden, omdat zij slechts in Christus verdwijnt.”

Maar wanneer Israël naar de Satan luistert staat God de heidenen toe om zijn volk te overheersen, als gevolg van haar ongehoorzaamheid (Deuteronomium 28:32, 43-44).

Satan misleid Jozua echter op sluwe wijze tot ongehoorzaamheid aan Gods gebod en sluit een verbond met de Hevieten (een kanaänietisch volk) – Jozua 9.
Voortdurend wordt Israël fysiek bedreigd door aanvallen (Jozua 1-12) van heidense volkeren tussen en rondom hen (Richteren4-7, 10-11, 13, 15, 20; 1 Samuël4-7, 11, 13, 15, 17, 30-31; 2 Samuël 5-6, 18,21).

A. 1000 voor Christus

Onder Davids regering vinden wij de verenigde twaalfstammen (hut van David) in het beloofde land. Onder Salomo’s bewind heerst er vrede met de omringende volkeren en binnenlandse voorspoed. Maar de wijze koning Salomo volgt andere goden na!

God is zó toornig dat hij besluit om zijn koninkrijk in tweeën te scheuren (1 Koningen 11:9-13, 26-40; 12:15, 24).
Het noordelijke tienstammenrijk, het huis van Israël, met de hoofdstam Efraïm en onder leiding van Jerobeam. Het zuidelijke tweestammenrijk, het huis van Juda, met als hoofdstam Juda onder leiding van Rehabeam.

GOD BEWAARD EN BEHOUDT ECHTER IN BEIDE HUIZEN EEN OVERBLIJFSEL  die hun knie niet buigen (1 Koningen 19:18).

God grijpt echter op wonderlijke en bovennatuurlijke wijze machtig in en zó wordt het Godszaad soms op één drager na, bewaard, zoals in het geval Joas (2 Koningen 11). Hiskia zou zonder een erfgenaam gestorven zijn als God hem niet hersteld had, en hem vijftien jaar aan zijn leven bijgevoegd had. (2 Koningen 20).

De hoererij van het Huis van Israël met andere volkeren laat God besluiten om haar een scheidbrief te geven (Jesaja 50:1; Jeremia 3:8); en stuurt haar in ballingschap naar Assyrië ( 2 Koningen 17:6-23) waar zij verheidenst wordt voor een lange tijd en zal dan niet meer mijn volk zijn (Hosea 1:4-12; 2:22; 3:1-5) en zij zal vervreemd raken van het burgerschap van Israël (Efeziërs 2:12) – vanaf 721 voor Christus.

Gedurende de lange tijd van haar ballingschap en vervreemding trekt het Huis van Israël  mettertijd naar West- en Noordwest- Europa.
De geschiedenis identificeert een blank Noordelijk ras dat terzelfdertijd in West- en Noordwest Europa arriveert waarvan de blanke Westers Protestantse natiën hun fysieke nakomelingen zijn.

Het Huis van Juda wordt in 604 v.Chr. Op Gods bevel, naar Babel gestuurd en in ballingschap genomen voor een tijdperk van 70 jaar Slechts een klein groepje zuivere Judeeërs keren terug naar Jeruzalem onder leiding van Ezra en Nehemia.

God bewaard met grote hand een overblijfsel van zijn volk (Juda en Benjamin) zuiver en ongeschonden om na 70 jaar terug te keren naar Jeruzalem om de tempel te herbouwen (ongeveer 530 v.Chr.).

God spreekt zich ernstig uit tegen Ezau en zijn satanszaad (Maleachi 1:1-4): Jakob heb Ik liefgehad en Ezau heb Ik gehaat!

God beschermt echter een klein overblijfsel zuivere Israëlieten (Judeeërs) die vasthouden en gehoorzaam zijn aan de wet en de profeten.  VANUIT HEN ZOU DE CHRISTUS GEBOREN WORDEN door een wonderlijke goddelijke bevruchting door de Heilige Geest.

B. 1000 voor Christus

Satan laat geen steen onaangeroerd om deze ideale omstandigheden van Gods volk te dwarsbomen. Hij verleid Salomo om achter vreemde heidense vrouwen aan te gaan wat God verboden heeft ( 1 Koningen 11:1-6; Nehemia13:25-27).

In het tijdperk dat volgt op de scheuring in het koninkrijk, volgt Satan de volgende strategie t.o.v. de beide huizen van Jakob (Israël):

1. Hij hits de beide huizen op tegen elkaar
2. Gruwelijke heidense afgoderij (geestelijk hoererij);
3. Vermenging met vreemde volkeren (fysiek hoererij)
4. Verbodssluitingen met heidenen, voor tijdelijk gewin of overlevering.
5. Vervreemding van de God van Israël en de ware aanbidding.
(1 koningen 12 & 2 Koningen 36).

Satan spits zich toe, t.o.v. het huis van Juda, op fysieke uitwissing van het Davidische koningshuis in een poging om de Messiaanse zaadlijn af te snijden om zó de geboorte van Christus te verhinderen.

Gedurende de tijd van Israels “Lo-ammi” periode in de vreemde, weg uit hun eigen land, maakt Satan plannen om de Wederkomst van Christus die samen met Israël de wereldheerschappij zal gaan uitoefenen te verhinderen

1.  Door fysiek uitwissing;
2.  Door wereldgelijkvormigheid en verleiding door voorspoed.
3. Afschaffing van de apartheids wetten..en dus;
4. Totaal verlies van hun identiteit!

Hiervoor heeft Satan als een engel des licht over velen jaren de theologie gemanipuleerd en binnen geslopen, om vandaag (2009), feitelijk alle theologen als bondgenoten te hebben in zijn demonische strategie tegen Gods blanke Israëlvolk op aarde!

Satan heeft het tijdperk van de Babylonische ballingschap niet onbenut gelaten:
1. Met Juda’s gevangenneming uit Jeruzalem heeft Edom (het addergeslacht) zich verheugd in Judas onheil, zijn bezittingen gestolen en de Judese vluchtelingen uitgeleverd en uitgeroeid. (Obadja 1:11-14);
2. In Babel vindt op grote schaal vermenging plaats met de plaatselijke reeds gemengde bevolking (Jeremia 50:37; Ezra 2:62; Nehemia 7:61, 64-65).
3. Bij afwezigheid van de tempel worden synagogen gebouwd (Openbaring 2:9; 3:9) waar Israëls godsdienst begint ruimte te maken voor mysterische vertolking van de Schriften. De sleutel van kennis wordt weggenomen (Lukas 11:52). Israël verloor haar taal en begint Aramees te preken;
4. De aanvang van de babylonische opeenvolging van wereldrijken begint in dit tijdperk (Daniël 2,5) waardoor Satan met macht en geweld de wereldheerschappij verwerft. Met de opeenvolging van rijken.

Het Babylonische rijk – 604 v.Chr. – 538 v.Chr.
Het Medo-Perzische rijk – 538 v.Chr. – 33 v.Chr.
Het Griekse rijk – 33 v.Chr. – 62 v.Chr.
Het Romeinse rijk – 62 v.Chr. – 476 n.Chr.
Deze zou in de volgende 2000 jaar verbrokkelen en zich ontwikkelen in de Europese staten die oppermachtig zou worden, om op hun beurt weer af te brokkelen

Er zal een wereldstelsel ontstaan op economisch, godsdienstig en politiek gebied, dat bedoeld is om Gods volk te verslaven, en dit zal voortduren tot aan het einde van deze bedeling met de Wederkomst van Christus (Openbaring 17-19).
Opnieuw verleid Satan het zuivere Godszaad, het heiligen geslacht, om op grote schaal zich te vermengen met de heidenvolkeren die tussen en rondom hen verblijven (Ezra 9, 10: Nehemia 13:1-3, 23-31).

5. De Romeinse wereldheerschappij neemt in aanvang wiens juk zwaar op Israël drukt.
7. Aangrenzend Edom begint Juda te infiltreren, zo vinden wij de Edomitische hogepriester, Johannes Hyrcanus in het jaar 125 v.Chr. die de Edomieten (het addergeslacht) met geweld bij Juda inlijft. Dit gemengde volk wordt dan Idumeeërs genoemd. Hierdoor probeert Satan de geboorte van Christus uit een zuiver Juda te verhinderen.
Deze Idumeeërs krijgen later leider posities in kerk en staat, dit was al reeds bij de geboorte van Christus.

A. Het jaar 0

Jezus de Christus is verwekt uit de lendenen van David, uit de stam van Juda (Genesis 49:10; Micha 5:1; Mattheüs 2:6; Hebreeën 7:14; Openbaring 5:5).

God bewaart en beschermt het Christus kind door een Goddelijke waarschuwing aan Jozef (Mattheüs 2:13-23).”Het kind groeide op en werd krachtig, en het werd vervuld met wijsheid, en de genade Gods was op Hem. (Lukas 2:40). Jezus wordt door onderdompeling gedoopt en met de Heilige Geest vervuld (Mattheüs 3:13-17) en begint Zijn openbare bediening.

Gedurende het hele tijdperk van Zijn openbare bediening verbreekt Hij de werken van Satan (Mattheüs 12:28; 1 Johannes 3:8).
Christus is gekomen, om volgens de profeten, te sterven ter wille van de overtredingen van Zijn Volk. Jesaja 53:8).
God wekt Zijn Zoon de derde dag op, Hij triomfeert over Satan en de dood (Johannes 20:1-9). Christus vaart op naar zijn Vader en(Openbaring 12:1-5) van nu af aan wordt de vrouw (Israël) weer vervolgd, die het kind  (Jezus) gebaard heeft (Openbaring 12:6-17).

Gods stort de Heilige Geest uit en brengt het lichaam van Christus (Grieks Ekklesia) op aarde tot stand door de wedergeboren Israëlieten tot een gemeente samen te voegen; met het doel de volgende 2000 jaar krachtig voor Christus te getuigen.

De gelovige ontvangt nu heerschappij over de Satan in zijn/haar geloofsleven!
Gedurende het tijdperk 30-1000 na Chr vindt wij het huis van Israël op weg door Europa (de wildernis der natiën) naar haar bestemde plaats (2 Samuël 7:10). In de kustlanden en eilanden (Jesaja 24:15; 11:11). Noordwest van Palestina – landen die vandaag bekend staan als West-Europa. De aankomst van de eerste groep verstrooide Israëlieten waren de Normandiërs die de Britse eilanden binnen vielen.
Intussen wordt het evangelie van de apostelen verkondigd, maar wordt door de Judeeërs verworpen, en de apostelen beginnen het evangelie van het Koninkrijk te verkondigen aan de verstrooide verheidenste huis van Israël – nog altijd in hun: “Lo-ammi” toestand sedert hun ballingschap.

In 70 na Chr. wordt Jeruzalem afgebrand waarna het huis van Juda alsook de Edomietische joden die aan Gods wraak waren ontkomen zich over de gehele wereld hebben verspreid. Nu vinden wij al de twaalf stammen in de verstrooiing, zowel ook de joden.

God bewaard en beschermt zijn eigendomsvolk en Gemeente tot aan de Wederkomst van Zijn Zoon. God openbaart aan Johannes op het eiland Patmos de geschiedenis van zijn volk en de toestand van hun gemeente (Openbaring 2&3) door de gehele geschiedenis. Tot aan de Wederkomst van de Gezalfde:
30-96 n.Chr. –        Efeze
64-313 n.Chr. –     Smyrna
313 n.Chr. – Wederkomst – Pergamum
606- 1866 n.Chr. Thyatira
1517 – 1789 n.Chr. – Sardus
1789 n.Chr. Wederkomst – Filadélfia
1850 n.Chr. Wederkomst – Laodicéa

De vervulling van de tekens der tijden (Mattheüs 24; Lukas 21) neemt in aanvang met de hemelvaart van Christus tot aan de Wederkomst van Christus. Zo ook dekt de symbolische beschrijving van Gods wraak en oordelen over de wereld in Openbaring 6-19, die spreekt van het hetzelfde tijdperk. De profetieën van Openbaring wordt vervult langs de weg van dagelijks geschiedkundig gebeuren.

B Het jaar 0

Satan poogt om het Christus kind te vermoorden door Herodus (de Idumeeër) op wiens bevel alle zoontjes van twee en daaronder vermoord moesten worden (Mattheüs 2:13-18).

Direct na Zijn Doop verzoekt Satan Christus in de woestijn en bied hem al de koninkrijken van de wereld aan als Hij zou neerknielen en Satan zou aan bidden.
Satan heerst op aarde, en poogt hierdoor om de werkelijke Koning, die zijn Koninkrijk en wereldheerschappij volgens de profeten bij Zijn tweede komst op aarde komt oprichten, om te kopen om hem te aanbidden – maar zonder vrucht!

Satan poogt telkens om Jezus reeds voor deze tijd te vermoorden (Johannes 11:53) om zodoende Zijn verzoeningswerk voor Zijn Volk probeert te voorkomen.

Jezus identificeert de overpriesters en Farizeeërs (addergeslacht) als moordenaars (Mattheüs 21:37-49). Judas, een duivel (Johannes 6:70; 13:2-7)verraad de Christus en levert Hem uit aan de joden. Christus wordt ter dood veroordeeld en gekruisigd.

De Satan is woedend in deze periode:
Hij vervolgt iedereen die de Naam van Christus belijd en de hoop van Israël verkondigt!
Hij verleidt de gelovigen tot ongeloof, ongehoorzaamheid en onkunde!
De verkondiging van het evangelie aan de verheidenste tienstammenrijk heeft Satan met alle macht geprobeerd te verhinderen. Let op hoe de joden (addergeslacht) Paulus voortdurend tegenstonden en verhinderd hebben (Handelingen 20:3, 19; 26:6-7; 1 Thesalonicenzen 2:14-18).

De meeste apostelen stierven de marteldood.

De Satan is er uitstekend in geslaagd om een klein groepje niet zuivere Judeeërs en de edomitische joden aan de wereld voor te stellen als Gods ware uitverkoren volk. Daarom gelooft de kerk en de wereld vandaag nog steeds dat elke “jood” een Israëliet is!
Intussen wordt het grootste deel van het volk van God (Israël) in het geheel niet als zodanig gekend. Lees Psalm 83.

SATAN BEDREIGT EN BEVECHT ISRAËL EN HAAR CHRISTELIJKE GEMEENTE DOOR DE GEHELE GESCHIEDENIS DOOR MIDDEL VAN:
1. fysieke uitwissing
In 64 na Chr. vaardigt Nero een descreet uit die de Christenen tot  een verboden groep verklaard! De wreedste vervolging volgt door de tien opeenvolgende Romeinse keizers; Nero, Domitian. Trajan, Marcus, Aurelius, Serverus Maximum, Decius, Valerian, Aurelian, Diocletian. Tot 312 Na Chr. toen Constantijn het Christelijke geloof aanvaardde en in 313 na Chr. keizer werd en erkenning aan het Christelijke geloof heeft geschonken.
2. Infiltreert in en ondermijnt de Christelijke gemeente (Openbaring 2:9; 3:9) door de jood (64 n.Chr. Tot aan de Wederkomst);
3. Staatserkenning aan het Christelijke geloof:
Nu beginnen heidense stelsels, valse leerstellingen, uitspattingen en feesten, babybesprenkeling, en heidense gebruiken en gewoonten de kerk binnen te sluipen (313 na Chr) die de weg vrijmaakt voor de Roomse kerk met haar afgoderij en bijgeloof.
4. Heerschappij aan de paus: (de donkere middeleeuwen).
Gedurende de 5 eeuwen heeft de Roomse kerk zichzelf onopgemerkt in de plaats van het Romeinse wereldrijk onder keizers (die tot zover de “man van zonde” had tegen gehouden 2 Thesalonicenzen) ingenomen en de macht over het Romeinse wereldrijk verkregen. Het dier die uit de zee opkomt (Openbaring 13:1-10; 17:15; Daniël 7:7-8, 25). De man van zonde, de zoon des verderfs, de tegenstander, de ongerechtige, de antichrist (2 Thesalonicenzen 2:1-2) Dit is de paus!
Aan hem is de politieke en godsdienstige oppermacht gegeven om tot de wederkomst van Christus te regeren (Openbaring 11:1-11). Hij beschouwt zichzelf als plaatsvervanger van Christus op aarde.
Vijftig miljoen Protestanten zijn door het pausdom vermoord!!
In 1798 wordt de paus door Napoleon onttroont en in 1866/70 verloor het pausdom tijdelijk zijn macht.

A 1000 Na Christus

In 1517 grijpt God machtig in d.m.v. de Hervorming door Maarten Luther en andere hervormers en de Bijbelse grondbeginselen van het Christelijke geloof worden teruggewonnen vanuit de macht van de duisternis en zijn dwaling, nl. “De rechtvaardige zal door het geloof leven.”
Er blijft echter nog een menigte aan wanbegrippen en dwaalleringen van de Roomse kerk die overgenomen worden in de leerstellingen van de kerken van de Hervorming, bijvoorbeeld:

1. Babybesprenkelingen – inplaats van de belijdenisdoop.
2. Geestelijk Israël – uitverkiezing van het Volk wordt veranderd naar de uitverkiezing van alle gelovigen.

3. Een genade verbond met iedereen – i.p.v. het Nieuwe Verbond met Israël
4. Een geestelijk koninkrijk i.p.v. Gods letterlijke Koninkrijk op aarde.
5.Grote verdrukking aan het einde (laatste zeven jaar i.p.v. verdrukking vanaf de eerste Christelijke gemeente tijdperk.
6. Het ontkennen van de opname van de gelovigen
7 Het ontkennen van een super dictator aan het einde na de “opname” En dat de paus streeft naar de troon des Heren in Jeruzalem en dat de geest van de antichrist reeds aanwezig is.(Joh.2-18)

 8. Vergeestelijking van het duizendjarig Vrederijk nu i.p.v. een letterlijk duizendjarig Vrederijk na de Wederkomst van Christus als Vredevorst op de troon van David.

5. Toenemend licht na de Hervorming:

De Wesliaanse beweging ontstaan onder leiding van John Wesley en het Christendom wordt ernstig opgeroepen tot heiligmaking en persoonlijke verdieping;

De Pinksterbeweging ontstond, die de Schriftuurlijke belijdenisdoop door onderdompeling, de doop met de Heilige Geest, de bediening- en charismatische gavens van de Heilige Geest, weer terugbracht met de klem op Geloof in het Woord!

6 De laatste verborgenheid:

De laatste verloren Schriftwaarheid die nog geopenbaard moet worden, is de identiteit van Gods ware Israël-volk wanneer God de omhulsels die over de natiën ligt zal verwijderen worden (Jesaja 25:7). Zelfs de schepping zucht op de openbaarmaking van de Zonen Gods (Romeinen 8:19; Deuteronomium 14:1-2).
Duizenden komen tot bekering tot de heerlijke ontwaking van de Blanke Westerse Protestantse natiën die afstammen van het Huis van Israël!!!

God is en blijft op de hoogte van Satans onheilige en vernietigende voornemens:
Na de Hervorming is het Woord van God weer in de Europese talen vertaald. Door groeiende Schriftkennis komt de verborgen werking van Satan en zijn addergeslacht op aarde, aan het licht. Laten zij die horen, horen en ogen om te zien en de geloofsmoed om tegen de stroom in te zwemmen – de rol van de Edomieten en Sionitische jood herkend en ernstig weerstand biedt!
Hoe ernstig de aanslagen van de satanische machten, de valse profeten en de antichrist zijn, hoe meer de Heilige Geest zal ontbranden in toenemend geloof en de hoop op de Wederkomst van Christus en al de beloften van de profeten rakende het nationale en geestelijke herstel van Israël!

Terwijl Satan elk denkbaar kanaal gebruikt om zijn adderzaad op machtspositie’s te plaatsen – is God bestendig bezig om de Steen van Zijn Koninkrijk die dit satanische wereldstelsel zal vernietigen (Daniël 2:44-45; Openbaring 17-19) Dan zal de profetie van Ezechiël 37 in vervulling gaan en het gehele huis van Israël tot ontwaking komen (het dal van de doodsbeenderen).

Christus oordeeld de heidennatiën (Mattheüs 3;12; Openbaring 16:13-14; Jeremia 51:1-25).

Christus maakt scheiding tussen – en oordeelt de schaap- en boknatiën afzonderlijk (Mattheüs 25:31-31-45). God heeft een beslist oordeel over het santanszaad (Obadja 1L15-21; Romeinen 9:22). Aldus Zacharia 13:8-9 en Lukas 19:27 gaat tweederde deel van de “joden”, als Gods vijanden uitgewist worden bij Zijn Wederkomst; .
De vernieuwde aarde zal komen (Jesaja 65:17-25; 2 Petrus 3:13; Openbaring 21;1).
De tabernakel van God zal bij Zijn volk zijn (Ezechiël 37:27-28; Openbaring 21:3,22-23)

B 1000 Na Christus

Het recht, -leger, -vloot, -luchtmacht, -school, -kerk, – waarin de Christelijke godsdienst verboden zal worden (Matt.24)!
De Edomitische joden zoals Rockefeller, Rothschilds, Schift, enz financiëren deze demonische strategie tot wereldheerschappij. Zo financiërden en planden zij de wereldoorlogen 1& 2 tegen de westerse Israëlnatiën, waarin miljoenen mensen stierven van Gods natiën.

Zo ontwikkelde Satan zijn aanvalspoging vanaf Babel op godsdienstig, economisch en politiek terrein. Via de Roomse kerk en de Illuminatie en de machtsgroepen van plaatselijke zichzelf als liefdadige organisaties voordoende alsook via reuze economische instellingen!!!

A Ongeveer 1988 – 2000 na Christus

De finale vervulling van de profetieën is op handen zijnde en volgens deze profeten verwachten wij;

1. De toenemende benauwdheid van Jakob (Jeremia 30:7; Daniël 12:1-3);
Tekenen in de hemel en tekenen van de Wederkomst (Mattheüs 24;29-30);
De bekering van het gehele huis van Israël tot nationaal herstel (Ezechiël 37:1-14); verzameling en éénwording van de twee huizen (Hosea 1:11-12 Ezechiël 37:16-23);
De engelen verzamelen de uitverkorenen (Jesaja 27:12; Mattheüs 24:31; 13:30,41) en Israëls terugkeer naar hun land (Jeremia 31:1-18);

2. De Wederkomst van Christus als Koning in heerlijkheid (Jesaja 52:7-10; Ezechiël 37:22; Zacharia 9:9-10; 14:4,9; Lukas 19:12-15; 1 Korinthiërs 15;25).
Groot rouwbeklag op de aarde (Zacharia 12:10; Mattheüs 24:30);

3. De eerste opstanding – van de overwinnaars die hem tegemoet gaan in de lucht, ontvangen een verheerlijkt lichaam om dan met Hem op aarde terug te keren om met hem te regeren in Zijn Koninkrijk van duizend jaar.(1 Korinthiërs 15:51-53; Filippenzen 3:11-14; Lukas 20:35; 14:14; Hebreeën 4:11; 11;35; Openbaring 20:1-6; Romeinen 8:15-18; 1 Korinthiërs 6:2-3; 2 Timotheüs 2:11-12; Mattheüs 19:27-30; 13:43; Handelingen 3;19-26; Openbaring 1:5-6; 2;26-27; 3;21; 5:9-10);

4. De wedergeboorte van het overblijfsel van Israël (Jesaja 66:8; 27:8-9; Jeremia 50:20; Micha 7:18; Romeinen 11:26) als vervulling van het Nieuwe Verbond (Jeremia 31:31-34; Ezechiël 36:19-38; Hebreeën 8:8-12);

5. De bruiloft van het Lam en het oordeel over de rechtvaardige daden van de heiligen (Openbaring 19:5-10).

Christus op de troon van David (Ezechiël 37:24-26; Lukas 1:31-33) regerend over het huis van Jakob (Jesaja 9:5-6; Ezechiël 34:23-24; Handelingen 2:30; Openbaring 11:15; 12:5);

6. Valse profeet en de antichrist worden in de poel van vuur geworpen (Openbaring 19:20; 20:10) bij de aanvang van het duizendjarig Vrederijk;

7. Satan wordt voor 1000 jaar gebonden (Openbaring 20:1-3);

8. Christus oordeeld over de heidennatiën (Mattheüs 3:12; Openbaring 16:13-14; Jeremia 51:1-25). Christus maakt scheiding tussen en oordeelt de schaap- en boknatiën afzonderlijk (Mattheüs 25:31-46). God heeft een beslist oordeel over het satanzaad (Obadja 1:15-21; Romeinen 9:22). Aldus Zacharia 13:8-9 en Lukas 19:27 gaat twee-derde deel van de “joden”, als Gods vijanden, uitgewist worden bij Zijn Wederkomst;

9. De Nieuwe Hemel en Nieuwe Aarde (Jesaja 65:17-25; 2 Petrus 3:13; Openbaring 21:1).
10. De Tabernakel van God komt bij Zijn Volk (Ezechiël 37:27-28; Openbaring 21:2,22-23).

B Ongeveer 1988 – 2000 na Christus

Satan bepland Wereldoorlog III die profetisch zeer duidelijk wordt beschreven (Ezechiël 38 & 39; Zefanja1: 14-18; Zacharia 14;1-13;) om Israël volkomen te vernietigen en om dan de wereldheerschappij te verkrijgen. Deze laatste poging van het satanszaad om het Godszaad uit te roeien wordt de “benauwdheid van Jakob” genoemd want het is uiteindelijk Ezau’s wraak – dit is Armageddon – de dag des Heren!

Het is de tijd van de heidense oppermacht (Ezechiël 30:1-2).
Indien Ezau  er in slaagt om Jakob te vernietigen door uitwissing of verbastering, dan kan Christus -de Koning van Israël-  niet wederkomen volgens de profeten, want Hij komt om over Jakob te regeren!
Satan zal niets onaangeroerd laten om zijn doel te bereiken in deze laatste paar jaar!!!

A Ongeveer 2000 na Christus

Christus regeert als Vredevorst met IJzeren hand over de natiën (Psalm 2:9; Openbaring 2;26-27; 19:15).
De wederoprichting van het Koninkrijk van God vindt nu op aarde plaats (Jesaja 62:4-7; Ezechiël 39″25-29; Daniël 2:44; 7:14, 18, 27. Handelingen 1:6; 3:21).

Israël gaat 7 maanden lijken begraven (Ezechiël 39:11-12).

Israël gaat 7 jaar lang gebruik maken van de hout resten van Armageddon’s oorlogsmateriaal
(Ezechiël 39: 9-10).

Israël gaat in het landgebied planten, bouwen, trouwen en zich vermenigvuldigen (Jesaja 60:21-22; 65:13-25; Jeremia 23:3; 31;5; Ezechiël 36:10-11; Amos 9:14; Zacharia 10:8).

Geheel Israël zal de Here kennen (Jesaja 54:13; Jeremia 31:31-34; Hebreeën 8-12).

De Vrede zal heersen op de aarde in mens en dierenrijk (Psalm 72:1-11; 45;7-8; 46:8-12; Psalm 110; Jesaja 11:6-10; 14:1, 7; 27:2-4, 6, 12-13; 32:1, 16-18; 35:4-10; 49:5-13; 65:22; Jeremia 30:8-10, 17-24; 31:4-12; 23:5-8; 32:37-41; 33:6-9; Ezechiël 34:11-16. 23-31; 36:24-38; 37:16-28; Hosea 14:6-8; Amos 9:13-15; Zacharia 3:8-10; Micha 5:3; Openbaring 21:3-4).

Israël heeft dan haar theocratische regeringsstelsel terug ontvangen met Jeruzalem als middelpunt en stad van gerechtigheid (Jesaja 24;23; 33;20-24; 62:6-7; Jeremia 3:17; Micha 4:2; Joël 3:16; Zacharia 8:3; 9:9-10).

Recht en gerechtigheid geschied dan op aarde (Jesaja 9:6; 11:1-6; 61:11; Jeremia 23:5; 33:14-22; Psalm 72:1-2, 14; 85:11-14; 98:2-3).

Israël wordt herstelt om te beantwoorden aan haar oorspronkelijke doel (Deuteronomium 4:5-8; 30:1-8; 28:10; Jesaja 43:7, 10,21; 61:9; 1 Petrus 2:9).
Andere natiën trekken op naar Israël om door haar onderricht te worden in de wegen van de God van Israël (Jesaja 2:3-5; 60:1-3; 62:1-5; 45:14; 49:22-23; Psalm 72:8-11; Micha 4:1-7; Zacharia 8:20-23; Openbaring 21;24) en koningen vereren Israël met geschenken!

De gehele schepping wordt dan hersteld en van voren af opgebouwd (Jesaja 61:4-5; Ezechiël 36:10:, 33-36).

Volgens Gods beloften heerst Abraham en zijn nageslacht dan op aarde (Romeinen 4:13-16; Genesis 17:4-6).

Christus heerschappij breidt zich uit tot wereldheerschappij (Psalm 2:6-8; 110:1-2; Jesaja 9:6; Zacharia 14:9; Handelingen 2:34-35; 1 Korinthiërs 15:24).

God laat Satan voor een kort moment los (Openbaring 20:7).

God treft Satan en zijn zaad die hem volgt, met vuur uit de hemel en verdelgt hen allemaal.

B Ongeveer 1000 na Christus

Satan wordt zijn macht ontnomen voor 1000 jaar – de valse profeet en antichrist worden in de poel van vuur geworden.

De andere volkeren die Armageddon overleeft hebben, zowel de onverstandige als de ontrouwe dienstknechten van Israël worden geworpen in de buitenste duisternis (Mattheüs 8:12; 13;42, 50; 22;13; 24;51; 25:30; Lukas 13;28-30).

Satan trekt met zijn alliantie op tegen Gods volk en Jeruzalem (Openbaring 20:8-9).

Satan wordt bij de valse profeet en de antichrist in de poel des vuur geworpen!

Satan en zijn zaad zal volkomen vernield worden
God is Koning, Hij heerst voor eeuwig!

Halleluja!!!

——–oOo——–

Dit bericht is geplaatst in Bijbelstudies. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *