Satan, gevallen engelen en demonen

De val van lucifer.

Lees Jesaja 14:12-15:”Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij schone morgenster! Hoe zijt gij ter aarde geveld, gij die de volken overweldigd heeft!  Gij dacht in uw hart: Ik zal ten hemel opklimmen, en mijnen troon boven de sterren Gods verhogen; ik zal mij zetten op den berg der samenkomst aan de zijde van het Noorden; ik zal boven de hoge wolken varen, en den Allerhoogste gelijk zijn. Ja, ten afgrond zijt gij nedergeworpen, in het allerdiepste van den afgrond. “

Ezechiël 28:1-19:”Het woord des HEREN kwam tot mij: Mensenkind, zeg tot de vorst van Tyrus: zo zegt de Here HERE: omdat uw hart hoogmoedig geworden is en gij zegt: ik ben een god, een godenwoning bewoon ik midden in zee, (terwijl gij een mens zijt en geen god) en gij in uw hart uzelf gelijkstelt met een god; voorzeker, gij zijt wijzer dan Daniel, geen geheim is voor u verborgen; door uw wijsheid en uw inzicht hebt gij u een vermogen verworven en goud en zilver verzameld in uw schatkamers; door uw wijs beleid bij de handel hebt gij uw vermogen vermeerderd, en uw hart is trots geworden op uw vermogen. Daarom, zo zegt de Here HERE, omdat gij in uw hart uzelf gelijkgesteld hebt met een god, daarom, zie, Ik breng vreemdelingen over u, de gewelddadigste der volken; die zullen hun zwaarden trekken tegen de luister van uw wijsheid en uw glans ontwijden. In de groeve zullen zij u doen neerdalen, gij zult de bittere dood der gesneuvelden sterven, midden in zee. Zult gij dan nog zeggen: ik ben een god (terwijl gij een mens zijt en geen god) als gij staat tegenover hem die u doodt en in de macht zijt van wie u neerslaan? De dood der onbesnedenen zult gij sterven door de hand van vreemdelingen, want Ik heb het gesproken, luidt het woord van de Here HERE. Het woord des HEREN kwam tot mij: Mensenkind, hef een klaaglied aan over de koning van Tyrus en zeg tot hem: zo zegt de Here HERE: Volmaakt zijt gij van gestalte, vol van wijsheid, volkomen schoon. In Eden waart gij, Gods hof; allerhande edelgesteente overdekte u: rode jaspis, chrysoliet en prasem, turkoois, chrysopraas en nefriet, lazuursteen, hematiet en malachiet. Van goud was het werkstuk, waarin zij waren gevat en aan u vastgehecht; toen gij geschapen werdt, waren zij gereed. Gij waart een beschuttende cherub met uitgespreide vleugels; Ik had u een plaats gegeven: gij waart op de heilige berg der goden, wandelend te midden van vlammende stenen. Onberispelijk waart gij in uw wandel, vanaf de dag dat gij geschapen werdt totdat er onrecht in u werd gevonden: door uw uitgebreide handel zijt gij vervuld geraakt met geweldenarij en kwaamt gij tot zonde. Van de berg der goden verbande Ik u en deed u weg, gij beschuttende cherub, van tussen de vlammende stenen. Trots was uw hart op uw schoonheid. Met uw luister hebt gij ook uw wijsheid teniet doen gaan. Ter aarde wierp Ik u neer, en maakte u tot een schouwspel voor koningen om met leedvermaak naar u te zien. Door uw vele ongerechtigheden, door het onrecht bij uw koophandel, hebt gij uw heiligdommen ontwijd. Vuur deed Ik oplaaien uit uw midden; dat verteerde u! Ik.Allen die onder de volken u kennen, ontzetten zich over u; een  verschrikking zijt gij geworden, verdwenen zijt gij. Voor altijd!”

De Bijbel zegt dat in den beginne dat satan, die toen lucifer heette, een rechtvaardig wezen zonder zonde was. Over de oorspronkelijke integriteit en oprechtheid van de aartsengel wordt in de volgende bewoording gesproken: Onberispelijk waart gij in uw wandel, vanaf de dag dat u geschapen werd, totdat er onrecht in u werd gevonden (Ezechiël 28:15). Het kost moeite ons voor te stellen, dat dit verdorven schepsel, thans de aartsvijand van God en de mens, eens een heilig wezen was en de bewaarder van de troon Gods. Hij was het voorwerp van goddelijk vertrouwen, een aartsengel aan wie groot gezag was toevertrouwd en die een tijdlang zijn plichten feilloos vervulde in volmaakte gehoorzaamheid aan God. In plaats van een tegenstander van God, was hij de gezalfde, beschuttende cherub, wiens daden en gedrag boven elke verdenking stonden en die zozeer het vertrouwen van God genoot, dat de bewaking van de hemel aan zijn handen was toevertrouwd.

Lucifers oorspronkelijke positie.

De Bijbel geeft een vrij uitvoerige beschrijving van de oorspronkelijk positie van dit verheven wezen. Hij was de zoon des dageraad, de lichtdrager des hemels. Hij bezat een autoriteit, die voor zover wij weten, alleen door God zelf werd overtroffen. Als de gezalfde cherub, die beschutte, heerste hij onder regeerder op Gods heilig berg (bijbelse uitdrukking voor het Koninkrijk Gods). Wijzer dan Daniël  zijnde, was er geen geheim onder de engelenscharen dat voor hem verborgen was.

Wat was de oorzaak van lucifer’s val?

Hoe kon het dan gebeuren, dat deze machtige aartsengel lucifer, zoon des dageraad, van zijn verheven plaats neerstortte in de diepten der verdorvenheid om zo de prins der duisternis te worden? De Bijbel zwijgt niet over die belangrijke vraag. Lucifer was de volmaakte schoonheid zelf. Hij bezat een persoonlijkheid en een charme, die de bewondering afdwong van de hemelse heerscharen. Het is niet ongewoon, dat zij die begiftigd zijn met uitzonderlijke schoonheid, een buitensporig verlangen krijgen naar de bewondering van anderen. Hoewel behorend tot de rang der engelen, vormde lucifer geen uitzondering op deze zwakheid. Ezechiël 28:17 zegt: Trots was uw hart op uw schoonheid. Het verslag wijst erop dat in de loop der tijden lucifer een vreemde zelfverheerlijking ontwikkelde. Geleidelijk aan verlegde hij het middelpunt van zijn wereld van God naar zichzelf. Hij zou het niet hebben toegegeven, maar in werkelijkheid vond er een sinistere en beangstigende verandering in zijn karakter plaats.

Lucifer ten gronde gericht door persoonlijke eerzucht.

Lucifer bezat zeldzame gaven. Hij was begaafd met grote wijsheid en kennis. Vele van de geheimen der Schepping waren aan hem toevertrouwd. Om reden van deze unieke gaven en bekwaamheden, had God hem verheven tot de positie van onder regeerder over Zijn Schepping .in die sleutel positie was lucifer met zijn wijsheid en uitzonderlijke intelligentie in staat, een diep inzicht te verkrijgen in de geheimen van het heelal. Maar er is een terrein dat de eeuwige doeleinden van God verbergt en dat alleen betreden mag worden d.m.v. van een eerbiedig geloof en vertrouwen. God alleen weet van deze dingen, die van eeuwigheid af bekend zijn.

Handelingen 15:18:“Gode zijn al zijn werken van eeuwigheid bekend.”

Zou de Rechter der ganse aarde geen recht doen?

Genesis 18:25:”Het zij verre van U, aldus te handelen, de rechtvaardige te doden met de goddeloze, zodat de rechtvaardige zou zijn gelijk de goddeloze; verre zij het van U; zou de Rechter der ganse aarde geen recht doen?.”

Lucifer, verblind door eerzucht, waagde het te twijfelen aan de wijsheid van de goddelijke wil en door dit te doen beging hij zijn noodlottige en tragische misstap. Wat was de wil van God, dat lucifer niet beviel? De reden is niet voor ons verborgen. Nadrukkelijk wordt ons gezegd, dat satan zijn troon wilde verheffen boven de sterren Gods, om zich gelijk te stellen aan den Allerhoogste

Jesaja 14:13-14:”Daarom zal Ik de hemel doen wankelen en de aarde zal bevend van haar plaats wijken door de verbolgenheid van de HERE der heerscharen, ten dage van zijn brandende toorn. En het zal geschieden, dat zij als een opgejaagde gazel en als schapen die niemand bijeen houdt, zich zullen wenden ieder naar zijn eigen volk, en zullen vluchten een ieder naar zijn eigen land.”

Maar God had in Zijn eeuwig plan deze verheerlijking niet voor lucifer bestemd, maar voor Christus. Het was slechts aan Christus gegeven om naast de Vader op de troon te zitten Openbaring 3:21:”Wie overwint, dien zal ik geven met mij op mijnen troon te zitten, gelijk  ik overwonnen heb, en ben gezeten met mijnen Vader op zijnen troon.”

Hoewel lucifer onder regeerder was, alsmede aartsengel en gezalfde cherub, moest hij een lagere positie bekleden dan Christus. Toen het lucifer duidelijk werd dat hij die verheven positie niet zou innemen, zag hij zijn ambities verijdeld. Daartegen kwam hij in opstand. Het mag vreemd schijnen dat een geschapen wezen aan zulk een passie tot zelfverheerlijking ten prooi kan vallen, maar het is niet vreemder dan van sommige mensen in onze dagen, die door hun ongebreidelde eerzucht maar doorjachten in koppigheid naar een noodlot gelijk aan dat van lucifer.

De opstand van lucifer.

Tot op dat moment had lucifer zijn plichten onberispelijk en feilloos vervuld. Er was voor hem geen reden om dat niet te doen. Maar de tijd was aangebroken dat in zijn hart opstandigheid begon te groeien. Hoewel God hem alles gegeven had, behalve de troon, was lucifer niet tevreden. De droom van een universeel koninkrijk, waarover hij het opperste gezag zou uitoefenen, deed een rusteloze ambitie in hem ontwaken. Klaarblijkelijk deed hij geen moeite om dit onheilige verlangen naar zelfverheffing te onderdrukken, maar hij wakkerde het juist aan. Hij liet het kwade zaad van de tot wortel schieten en opgroeien. Tenslotte bracht het slechts een oogst van ellende en verdriet voort, zowel voor hemzelf als voor hen die hem volgden; een ellende en smart, die alleen de oneindige in volle omvang en diepte kan beseffen.

1 Timoteus 3:6:”Hij mag niet een pas bekeerde zijn, opdat hij niet door opgeblazenheid in het oordeel des duivels valle.”

Het verhaal van lucifers zelfverheffing, rebellie en als gevolg daarvan zijn val, is in sobere, maar duidelijke woorden opgetekend in Jesaja.

Jesaja 14:12-14:”  Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster, zoon des dageraads; hoe zijt gij ter aarde geveld, overweldiger der volken! En gij overlegdet nog wel: Ik zal ten hemel opstijgen, boven de sterren Gods mijn troon oprichten en zetelen op de berg der samenkomst ver in het noorden; ik wil opstijgen boven de hoogten der wolken, mij aan de Allerhoogste gelijkstellen.”

Hoe kon lucifer hopen op succes met zijn opstand?

Maar zelfs een slecht mens en vooral iemand die zo berekend is als lucifer, begaat geen misdaad tenzij hij niet ergens een kans op slagen ziet. Hoe kon deze valse aartsengel verwachten te zullen slagen in een avontuur dat de Schepper uitdaagde om het bezit van Zijn troon? Hoe kon hij, volledig op de hoogte als hij was van de goddelijke almacht, ooit verwachten succes te behalen in een strijd met eeuwige wil van Jehova? Hoewel de goddelozen van deze wereld in hun dwaze onwetendheid God te willen trotseren, zijn toch de omstandigheden van hun daden niet dezelfde als in het onderhavige geval. Ongelovigen weten niets van God af. Maar lucifer daarentegen was bekend met de goddelijke plannen en op de hoogte van vele geheimen van de Schepper. Hij wist wat hij deed. Het staat vast dat de opstand van de duivel niet het gevolg was van een plotselinge opwelling, maar het resultaat van een zorgvuldige berekend plan, waarover hij lange tijd had nagedacht. Hoewel duivels van opzet, zat het in vele opzichten strategisch goed in elkaar. Wij moeten toegeven dat hij gegronde redenen had om succes te verwachten. Dat satans plannen listig beraamd waren, blijkt wel uit het feit dat zijn verdorven samenzwering in verbazingwekkende mate slaagde. In plaats dat die vreselijke rebellie snel onderdrukt was, zet ze zich nog steeds voort tot in onze dagen, hoewel de dagen van die opstand nu  geteld zijn Een feit is, dat indien God niet had voorzien dat het kwaad het heelal zou binnen dringen en van te voren geen plan had gemaakt om het te bestrijden, een plan dat Hij geheim hield en waarvan goede noch kwade engelen op de hoogte waren, dat dan de opstand van satan erin geslaagd zou zijn, Zijn hele plan omver te werpen. Maar God had alles voorzien en was erop voorbereid. Wat Gods tegen maatregel was, zullen we in een volgend hoofdstuk nader bespreken. Thans volstaan we met te zeggen dat het plan van een zo verbazingwekkende aard was, dat zelfs de aan God getrouwe engelen er versteld van stonden.

Satans plan om de Troon van God omver te werpen.

Laten we nu eens onze aandacht richten op satans plan om zijn troon boven die van God te stellen en de redenen waarom hij dacht te zullen slagen. Want het is duidelijk dat hij een bepaalde reden moet hebben gehad, want hij zou niet iets hebben ondernomen, als hij niet hoopte te zullen slagen. Wij weten dat God aan lucifer macht en gezag had verleend als onder regeerder over Zijn Schepping. Hij was verantwoordelijk voor de behartiging van de belangen van Gods Koninkrijk en hij was op zijn hoede voor alles wat de veiligheid en zekerheid ervan in gevaar kon brengen. Maar helaas heeft lucifer het in hem gestelde vertrouwen beschaamd en is hij de aartsverrader aller tijden geworden. Hoe groot lucifer’s macht was, vergeleken bij de machtigsten onder de overige hemelse wezens, wordt aangetipt in Judas 9, waar ons wordt meegedeeld dat Michaël, de grote aartsengel, geen smadelijk oordeel tegen durfde uitbrengen. Dit kan erop wijzen dat lucifer’s macht groter was dan die van ongeacht welk ander geschapen wezen. Maar desondanks blijft de vraag bestaan: Aangenomen dat lucifer groter macht bezat dan ieder ander schepsel, geloofd hij dan werkelijk dat zijn macht groot genoeg was om een geslaagde opstand tegen God te leiden? Als hij dit niet geloofde, hoe had hij dan gehoopt te zullen slagen? Een aanwijzing voor de oplossing van deze vraag vinden wij in het bestuderen van de Heilige Schrift. Gods plan behelsde dat de uitvoerende taken van Zijn heerschappij in handen waren gelegd van geschapen wezens. Toen lucifer in opstand kwam en dit was de meest kritieke gebeurtenis in de geschiedenis van het heelal, daalde God niet van Zijn Troon af om persoonlijk de strijd met hem aan te binden. Indien Hij dit gedaan had, zou zijn gehele plan, met betrekking tot de regering van het heelal doorkruist zijn. De Bijbel maakt ons duidelijk, dat de taak van een daadwerkelijke strijd met de satan in het bijzonder is opgedragen aan geschapen wezens. Zo staat er geschreven:

Openbaring 12:7-8:“Michael en zijn engelen hadden oorlog te voeren tegen de draak; ook de draak en zijn engelen voerden oorlog, maar hij kon geen standhouden, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden.

De hele geschiedenis der goddelijke openbaring duidt op het feit dat God het geschapen heelal regeert en leidt d.m.v. anderen. Voor zover geopenbaard is, werkt God in het geschapene alleen d.m.v. tussenpersonen. Dat kan zijn een engel, een menselijk wezen, Jezus Christus, de Godmens, Zelf. Wat duidelijk in de Schriften geleerd wordt, is dat de fysieke en morele nederlaag van satan een overwicht vereist van fysieke zowel als van morele kracht, waarover zij die trouw zijn aan God dienen te beschikken. Lucifers opstand verzwakte zijn kracht niet, behalve dan in morele zin. Hij was de bewaarder geweest van de geheimen van het heelal en nu wilde hij die wetenschap gebruiken om een samenzwering te beramen teneinde God te onttronen. In het tiende hoofdstuk van Daniël wordt ons een verhelderende glimp getoond van de aard van het geestelijke conflict, dat woedde en nog altijd woedt tussen de engelen van God en die van satan. Dit is een van de meest onthullende hoofdstukken van de Bijbel. Het laat ons iets zien van het wezen der dingen in de ongeziene wereld. In het desbetreffend voorval bleek een prins van satan, een wezen van hoge rang, werkelijk in staat te zijn om 21 dagen lang de engel van God te weerstaan. Gedurende die tijd werd de hemelse boodschapper verhinderd om een belangrijke missie uit te voeren, die hem door God was opgedragen. Eerst toen er versterking kwam in de persoon van Michaël, de aartsengel, werden de machten der duisternis gedwongen hun langdurige en wanhopige pogingen om het Goddelijke gebod te verijdelen, op te geven. Deze merkwaardige passage uit de Schrift leert ons dat slechts wanneer er een overwicht aan kracht is aan de zijde van Gods getrouwe engelen, satans legioenen zich moeten terugtrekken (Daniël 10:13,13). Toen de machten der duisternis zich opmaakten om Jezus te verraden en te vernietigen, verklaarde Jezus dat, als Hij de Vader om hulp zou bidden, er onmiddellijk hulp van engelen zou worden gezonden om Hem ter zijde te staan. Beseft dient te worden dat in dit geval de concentratie van boze machten zo sterk was, dat er meer dan twaalf legioenen engelen nodig zouden zijn geweest om de vijandelijke machten te verslaan (Mattheus 26:53). Jezus vroeg echter niet om deze hulp, maar sprak tot hen die Hem gevangen namen: Dit is uw ure en de kracht der duisternis. Christus aan het kruis bewerkte in die tijd de morele nederlaag een niet de fysieke nederlaag van satan (Johannes 12:31,32). Duidelijk is dat het in satans oorspronkelijke bedoeling lag zich te verzekeren van de trouw van de meerderheid der hemelse engelen, teneinde zo in staat te zijn diegenen te overrompelen, die nog zouden volharden in hun trouw aan God. Hij wilde daardoor God beroven van de middelen die Hij ontworpen had om de krachten der Schepping te beheren en te besturen. Satan kon dan ongehinderd zijn eigen koninkrijk vestigen.

Hoe slaagde lucifer erin de engelen te verleiden?

Hoe hoopte lucifer de engelen ertoe over te halen samen met hem tegen God in opstand te komen? Welk schitterend aanbod kon hij doen om hen ertoe te bewegen zo’n noodlottige stap te doen? We kunnen het antwoord op die vraag misschien alleen maar goed begrijpen als we ons realiseren dat er een element van bekoring schuilt in het kwade (2 Thessalonicenzen 2:11,12). Het kwaad is iets waarmee zelfs de wijste en nobelste mensen niet durven spelen. Over satans ontrouw zei Jezus, dat de duivel de engelen misleidde.

Johannes 8:44:”Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen. Die was een mensenmoorder van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard, want hij is een leugenaar en de vader der leugen.”

De gevolgtrekking is dat hij ten tijde van zijn val tegen de engelen loog, zoals hij later ook tegen Eva loog. Lucifer, die zijn eigen leugens geloofde, hield vast aan de misleidende idee dat hij alles had voorzien en dat hij alle voorzorgsmaatregelen had getroffen en niet kon falen. Zelfs heden ten dage weigeren hij en zijn gevallen engelen hun nederlaag te erkennen. Ze strijden wanhopig door, hoewel de realiteit van hun naderende ondergang hen toch steeds duidelijker moet worden  Maar we zullen nu eens letten op de middelen die lucifer toepaste om de engelen te misleiden. Dit wordt ons beslist duidelijker wanneer we bestuderen hoe hij Eva misleidde. Satan ontkende de doodstraf die zou worden opgelegd indien ze God ongehoorzaam zouden zijn. Eva liet zich door deze woorden om de tuin leiden, zodat ze van de verboden vrucht nam. Te laat besefte dat ze bedrogen was. Adam en Eva werden ogenblikkelijk uit de hof van Eden verdreven opdat, zoals de Schriften zeggen, zij ook niet van de boom des levens zouden nemen en eten, zodat zij in eeuwigheid zouden leven. Eva was sterfelijk en bevreesd voor de dood, hoewel dit afschrikwekkende middel niet voldoende was om haar ervan te weerhouden ongehoorzaam te zijn aan Gods gebod. Maar de engelen werden niet afgeschrikt door vrees voor de dood. In tegenstelling tot Adam en Eva, die sterfelijk waren, sterven engelen niet (Lucas 20:36). Hoewel lucifer en zijn engelen na hun opstand uit de hemel werden verdreven, behielden zij hun macht om hun rebellie tot op de huidige dag voort te zetten. Voor zover we weten was voor de val van lucifer en zijn engelen, het kwaad nog nimmer in het heelal gekomen. De vreselijke gevolgen van de zonde waren nog door geen schepsel aanschouwd, hoewel zoals in het geval van Adam en Eva, God hen ongetwijfeld had gewaarschuwd voor de gevolgen van ongehoorzaamheid. Maar ze hadden nog geen kennis uit de eerste hand van de afschuwelijke gevolgen van de zonde. En hun geloof in God was, evenals bij Eva, niet diep genoeg om te vertrouwen op de absolute betrouwbaarheid van zijn Woord. Het is zeer waarschijnlijk dat satan bij het misleiden van de engelen dezelfde gedragslijn volgde als bij Eva. Hij schilderde ongetwijfeld een prachtig tafereel van de onafhankelijkheid die ze zouden bezitten, als ze hun bondgenootschap met God zouden verbreken. Dat ze zodoende als goden zouden worden en hun eigen lot zouden beheersen. Iedere engel werd gedwongen een besluit te nemen, precies zoals iedere moreel schepsel in het heelal op een of ander tijdstip een besluit moet nemen, een keuze of ze een verbond met God willen of met zichzelf. In hun morele reacties verschillen de mensen niet zoveel van de engelen. Beiden staan bloot aan verleidingen. Beiden zijn vrije morele wezens. In zijn huidige staat is de mens, een weinig lager dan de engelen gesteld, maar eens zullen de verlosten gelijk zijn aan de engelen en in bepaalde opzichten zelfs boven hen verheven worden.

Aanvankelijk bijna succes met de opstand.

Er moest een besluit worden genomen. Een derde van de engelen verkoos lucifer te volgen. Dit was een onuitsprekelijk tragische zaak. Maar zelfs zo’n grote afval bleek niet voldoende te zijn om satans opstand te doen slagen. Lucifer kon niet alles voorzien van wat er in de toekomst zou gebeuren. Toen hij ging tellen, bleef het aantal van zijn volgelingen beneden zijn verwachtingen. Lucifer had een misrekening gemaakt. Had hij de uitkomst van te voren met zekerheid kunnen vaststellen, dan zou hij wellicht hebben afgezien van zijn verraderlijke daad. Tweederde van alle engelen bleef trouw aan God, zich scharende onder de banier van de aartsengel Michaël, verdreven zij lucifer en de ongehoorzame engelen uit de hemel.

Kwam dit alles onverwachts voor God?

Wij kunnen niet aannemen dat God door dit alles werd overrompeld. God zag hoe een verdorven geest van opstand zich in satans hart ontwikkelde en dat moet Hem onbeschrijflijk veel smart hebben berokkend. Toch was er blijkbaar niets wat Hij in wijsheid kon doen om te verhinderen dat lucifer in opstand kwam. Lucifer wist wat hij deed en verkoos zijn eigen wil te volgen en zichzelf te verheerlijken i.p.v. gehoorzaamheid aan God te betonen. Vrije morele schepselen moeten niet gedwongen worden, of zij houden op vrije morele schepselen te zijn. Ze moeten vrij zijn om hun keuze te doen, hetzij voor het goede, hetzij voor het kwade. Het feit dat God ogenschijnlijk geen aandacht sloeg op de op handen zijnde opstand, moedigde lucifer blijkbaar aan om zijn samenzwering voort te zetten. Eén ding wist God echter van te voren, dat de duivel niet wist. Hij wist precies hoe groot de omvang van de opstand zou zijn. Hij wist dat deze in Zijn Koninkrijk een geweldige en verschrikkelijke tweespalt zou veroorzaken, maar Hij wist ook dat de opstand niet zou lukken. Hij wist door voorkennis dat lucifer slechts de minderheid der engelen voor zich zou kunnen winnen. En dat bleek inderdaad zo te zijn. Satan had echter de teerling geworpen. Nu was hij onherroepelijk gedwongen om de weg die hij gekozen had, te volgen.

Hoe satan beraamde zijn opstand door te zetten.

In het vorige hoofdstuk hebben we gezien dat het lucifer niet lukte, de meerderheid der hemelse engelen achter zich te krijgen. Nu zal men vragen: Heeft lucifer bij zijn plannen niet gedacht aan de mogelijkheid van mislukking? Al wat we daarop kunnen zeggen is dat satan zijn kans op slagen groot genoeg achtte om elke mogelijkheid van mislukking te negeren. Maar zelfs toen lucifer er niet in slaagde om de meerderheid der engelen voor zijn zaak te winnen, dacht hij niet dat alles nu verloren was. Ook al was het een ernstige tegenslag, er waren nog redenen waarom lucifer geloofde uiteindelijk succes te zullen hebben met zijn opstand. En de gebeurtenissen zouden aantonen dat hij gelijk had, BIJNA gelijk! Lucifers plan was in feite een meester stukje van list en bedrog. Het was een verraad waarbij hij ten volle het vertrouwen uitbuitte dat God in hem gesteld had. Hoe sluw hij zijn plannen ontwierp, blijkt wel uit het feit dat de eerste fase van zijn opstand een geweldige inbreuk deed op de engelenbevolking. Niet minder dan eenderde van de hemelse schare werd ertoe overgehaald zich bij hem aan te sluiten. Dat hij zo’n grote aanhang verwierf, duidt zowel op de omvang van de opstand als op de wijdverbreide sympathie die hij voor zijn zaak had weten op te wekken. Hij was er inderdaad in geslaagd om onder de engelen tweedracht en ontevredenheid ten opzichte van God te zaaien; waarschijnlijk twijfelt aan Zijn wijsheid en goedheid. En dit voert ons tot een andere vraag, een vraag die al sinds onheuglijke tijd gesteld wordt.

Waarom stelde God de bestraffing van satan uit?

De vraag luidt: Waarom strafte God de satan na zijn opstand niet onmiddellijk? Waarom liet Hij hem de vrijheid om zijn boze plannen verder uit te voeren? Hoewel er ongetwijfeld meer dan één reden is waarom God Zijn oordeel over lucifer opschortte, is de voornaamste wel dat satan, wie het lukte om niet minder dan eenderde van de engelen te misleiden, erin geslaagd moet zijn om de goedheid en rechtvaardigheid van God in diskrediet te brengen. Om Zijn Koninkrijk in stand te houden, moet God recht uitoefenen dat overeenstemt met de gewetens van Zijn onderdanen. In het onderhavige geval vond God het nodig te laten zien hoe slecht, verraderlijk en laaghartig lucifer’s opstand was. Bovendien moest Hij het heelal de gelegenheid geven om te aanschouwen dat rebellie heilige wezens verandert in verdorven en zondige schepselen. Alvorens lucifer de vereiste straf op te leggen, wilde God eerst het vreselijke karakter van zijn daad openbaren. Hij wilde Zijn onderdanen de gelegenheid geven om getuige te zijn van de verschrikkelijke gevolgen die het binnendringen van de zonde in het universum zou teweeg brengen. Samenvattend kunnen we zeggen, dat God de wijsheid van Zijn wetten wilde rechtvaardigen in de ogen van Zijn schepselen. Satan, in wezen egoïstisch, beweerde dat geen mens God diende omdat hij Hem lief had, maar alleen om wat het hem zou opleveren. Zijn zienswijze daaromtrent komt tot uiting in zijn gesprek met God over Job. Satans leerstelling was dat ieder mens in zijn diepste innerlijk precies zo was als hijzelf, namelijk alleen op zichzelf gericht. Met andere woorden, hij wilde God vertellen dat de mensen Hem slechts dienden uit zakelijke overwegingen. Satan begreep terecht dat God deze aanklacht niet anders kon beantwoorden dan door de proef op de som te nemen.

Gods plan om het menselijke ras te scheppen.

Nadat lucifer en zijn engelen uit de hemel waren verdreven, smeedden zij plannen om de opstand voort te zetten. Hun voornaamste strategie was erop gericht het plan van God te doen mislukken. Maar aangezien hij niet alwijs is, moest satan wachten en zien welke stappen God zou ondernemen. Tegen elke maatregel die God zou nemen, zou satan een tegenmaatregel treffen. Gods volgende stap werd spoedig duidelijk. De ontrouw van lucifer en zijn engelen had een leemte veroorzaakt in de hemelse gelederen. Maar God is God en Hij kan niet afwijken van de koers die Hij eenmaal gekozen heeft. Voorwaar, Ik, de Here, ben niet veranderd, en gij kinderen van Jakob, zijt niet verteerd.

Maleachie 3:6:“Want Ik ben de Heer, die niet liegt; en het zal met u, kinderen van Jakob, niet geheel uit zijn.”

God heeft een bedoeling met ieder schepsel dat Hij geschapen heeft. Als zij aan dat doel beantwoorden, is alles goed. Als zij niet Gods wil wensen te doen, moet het Goddelijke plan toch doorgang  vinden. God koos bijvoorbeeld Saul en zijn nakomelingen om over Zijn volk Israël te regeren. Maar toen Saul het Goddelijke plan niet ten uitvoer bracht, verwekte God een andere koning, David, om zijn plaats in te nemen.

1 Samuel 13:13-14.”Toen sprak Samuel tot Saul: Gij hebt dwaas gedaan, en niet gehouden het gebod van den Heer, uwen God, hetwelk Hij u geboden heeft: want Hij zou  uw rijk over Israël bevestigd hebben voor altoos, maar nu zal uw rijk niet bestaan: de Heer heeft zich een man uitgezocht naar zijn hart, dien heeft de Heer geboden vorst te zijn over zijn volk;  want gij hebt het gebod des Heren niet gehouden.”

Hoewel lucifer en zijn engelen weigerden Gods plan met Hem uit te voeren, wenste de Here daardoor Zijn plannen niet op te geven. Hij zou anderen doen opstaan om de plaats in te nemen van hen die in opstand waren gekomen. Lucifer was als onder-regeerder over Gods Schepping aangesteld geweest. God wenste een nieuw ras te scheppen om het plan te verwezenlijken waarin de duivel en zijn aanhangers hadden gefaald. God sprak tot de mens toen Hij hem schiep: En God zegende hen en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar, heerst over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt (Genesis 1:28). Vervult, of zoals een Engelse vertaling zegt: replenisch the earth, vult opnieuw de aarde, betekent: vult opnieuw en dat wijst op het feit dat de mens de plaats moest innemen van een vroeger ras. Op dezelfde wijze werd aan Noach opgedragen de aarde te vervullen, die door de zondvloed ontvolkt was  Aangezien satan eens heerschappij voerde in de hof van Eden (Ezechiël 28:13), wilde God een nieuw ras van wezens scheppen naar Zijn eigen beeld en gelijkenis om hen in de hof van Eden te plaatsen. Waar satan eens de heerschappij voerde over Zijn Schepping, wilde God nu de mens de vernieuwde aarde schenken

Genesis 1:26-28:”En God sprak: Laat ons mensen maken, een beeld, dat ons gelijk zij, om te heersen over de vissen in de zee, en over de vogels onder den hemel, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het gewormte, dat op de aarde kruipt. En God schiep den mens naar zijn beeld, tot een beeld Gods schiep Hij hem, en schiep hen man en vrouw.
28  En God zegende hen en sprak tot hen: Zijt vruchtbaar en vermeerdert u, en vervult de aarde en maakt haar u onderdanig; en heerst over de vissen in de zee, en over de vogels onder den hemel, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt.”

Satans plannen om zijn rebellie voort te zetten.

Zodra satan de ontvouwing van Gods plan zag, ging hij tot actie over. Als hem de gelegenheid zou worden gegeven, zou hij bewijzen dat dit nieuwe ras hem zou gaan volgen i.p.v. God. En zoals we zullen zien, gaf God hem een kans dit te bewijzen. Als Hij mensen zou kunnen vinden, die Hem ondanks verleidingen en beproevingen trouw zouden blijven, dan zou Hij voor altijd satan de mond kunnen snoeren. En opdat de duivel nimmer ook maar één excuus meer zou hebben, gaf God hem de gelegenheid de proef op de som te nemen! De duivel liet geen tijd verloren gaan en ging aan het werk. In de hof van Eden verleidde hij Eva. Wij weten dat hij bij een eerste poging erin slaagde haar en haar man te verleiden. De duivel had verder succes door van hun eerstgeborene, Kaïn, een moordenaar te maken. Satan leek de strijd te winnen, want in de loop der tijden kwamen hele generaties die voor zijn verleidingen bezweken, onder zijn ban. Maar toch waren er enkele dingen die satan niet had voorzien. Ondanks zijn successen was hij nooit in staat geweest om ieder mens, die tot een bepaalde generatie behoorde, te verderven. Altijd waren er enkele mensen, die God trouw bleven. Toen gehele generaties afvallig werden, was er een Henoch, die wandelde met God. Toen de wereld van voor de zondvloed afvallig werd, gehoorzaamde Noach aan het Woord van God en bouwde een ark om zijn gezin te redden. Satan bemerkte tot zijn ergernis dat er altijd enkelen waren, die niet bezweken voor zijn verleidingen. Op de een of andere wijze slaagde God er steeds in een aantal rechtvaardigen te behouden op de aarde. Dit moet de duivel zeer gehinderd hebben, temeer omdat hij het succes zo voor het grijpen zag liggen. Maar steeds ontsnapte de overwinning hem. Desondanks was er iets dat de duivel steeds weer vertouwen schonk. De mens was nu een gevallen schepsel. Waren er geen engelen en hadden die niet alle kansen verspeeld om ooit weer in Gods gunsten terug te keren? Hoe stond het met de mens? Hoe zou hij ooit uit zijn gevallen toestand verlost kunnen worden? Wat zou de oplossing kunnen zijn? Wij kunnen begrijpen waarom satan verbijsterd was, want zelfs de rechtvaardige engelen wisten klaarblijkelijk niets af van Gods grootse verlossingsplan, dat Hij in reserve hield. Toen dit plan tenslotte werd geopenbaard, waren zij verbaasd en vol ontzag.

1 Petrus 1:12,19-20:“aan welke geopenbaard is, dat zij niet zichzelve, maar ons daarin gediend  hebben, hetwelk u nu verkondigd is door degenen, die u het Evangelie  verkondigd hebben door den Heiligen Geest, gezonden van den hemel,  hetwelk ook de Engelen begeren in te zien…maar met het dierbare bloed van Christus, als dat van een onschuldig en  onbevlekt lam; die wel te voren gekend is, eer de grond der wereld gelegd werd, maar  geopenbaard in de laatste tijden om uwentwil:”

Als rechtvaardige engelen zelfs verrast waren door Gods plan van verlossing, dan kunnen we er zeker van zijn dat de duivel dit helemaal niet verwacht had. Maar het plan van verlossing was bij God bekend sedert de grondlegging der wereld en het was dit verborgen plan dat satan de nederlaag zou toe brengen! Satan, in wezen een zelfzuchtig schepsel, kon zoiets nobels als Gods plan van verlossing niet bevatten en dus niet verwachten. Hij kon zich niet indenken dat Christus afstand zou doen van de eeuwige heerlijkheid, mens zou worden en sterven als plaatsvervanger voor de zondaar. Het feit dat satan dit niet had voorzien, zou zijn ondergang bezegelen.

De aarde wordt het nieuwe strijdtoneel.

Hoewel satans rebellie tot mislukking was gedoemd, duurde het nog heel lang voordat de wonden die ze veroorzaakte, alle geheeld zouden zijn. De eerste belangrijke stap tot herstel van wat verloren was gegaan tijden de catastrofe die satan teweeg bracht, werd genomen toen God een nieuw ras schiep om de plaats in te nemen van hen die tegen Hem in opstand waren gekomen. Satan, die toestemming had gekregen om zijn opvatting te bewijzen, namelijk dat geen mens God zou dienen behalve om er iets voor terug te krijgen, begon toen zijn laaghartige rol te spelen als En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is verschenen het heil en de kracht en het koningschap van onze God en de macht van zijn Gezalfde; want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is nedergeworpen.

Openbaring 12:10:”En ik hoorde ene grote stem, zeggende in den hemel: Nu is het heil en de  kracht en het rijk van onzen God, en de macht van zijnen Christus  geworden; dewijl de aanklager onzer broederen verworpen is, die hen voor  God dag en nacht aanklaagde.”

Satans strategie bestond hieruit, dat hij wilde demonstreren dat dit nieuwe ras, dat God aan het verwekken was, eveneens voor de verleiding zou bezwijken. Door dit te bereiken, zou hij zijn eigen rebellie rechtvaardigen en tegelijkertijd het plan van God verhinderen. Om te slagen moest hij echter het gehele menselijke ras van God zien te vervreemden. Er mocht niemand over blijven om Zijn wijsheid en Goddelijke voorzienigheid te rechtvaardigen. Satan moest de aarde verderven, totdat er geen rechtvaardig zaad meer over was om het geloof in God door te geven aan een volgende generatie. Indien dat zou gebeuren, wist hij dat God de aarde zou moeten verwoesten, zoals Hij inderdaad de zondige steden Sodom en Gomorra zou vernietigen, toen er in die steden geen rechtvaardig mens meer over was. Nu moet men goed begrijpen dat God nimmer heeft beweerd, dat iedereen zou kiezen om Hem te dienen. Door de mens tot een vrij wezen te scheppen, gaf Hij hem de macht om te kiezen en dat houdt in de bekwaamheid om tegen Hem te kiezen. Maar God heeft wel beweerd dat er altijd een rechtvaardig overblijfsel zou zijn, dat Hem zou dienen ongeacht de beproevingen, verleidingen of lijden. Dat er aan het einde der tijden een grote menigte trouwe mensen zou zijn, zelfs een menigte die niemand kan tellen, die Hem de gehele weg zou volgen en die capabel zou zijn voor de plaats die God eens had bedoeld voor de opstandige engelen. En zo begon het drama van satan tegen de mens.

De schepping van Adam en Eva.

Op de zesde scheppingsdag werden Adam en Eva geschapen en in de hof van Eden geplaatst. Ze ontvingen heerschappij over de aarde. De hof van Eden was een prachtig paradijs, waar allerlei bomen groeiden in overvloed, onder ander de boom der kennis van goed en kwaad en de boom des levens. De man en de vrouw kregen toestemming om van alle vruchten in het paradijs te eten, uitgezonderd die van de boom der kennis van goed en kwaad. Het feit dat God de boom des levens in het midden van de hof plantte, wijst erop dat er een groot verschil was tussen dit nieuwe geslacht en het geslacht der engelen. De mens was sterfelijk. Lucifer was niet sterfelijk, hetgeen blijkt uit het feit dat hij in staat is geweest om zijn kwaadaardige tegenstand tegen God door de eeuwen heen met onverminderde kracht kon voortzetten. De sterfelijke mens was gewaarschuwd dat de daad van ongehoorzaamheid met de dood zou worden gestraft. God zou geen fysieke onsterfelijkheid schenken aan nog meer schepselen, voordat ze hadden aangetoond dat ze deze gave waard ware

2 Timotheus 1:10:”doch nu geopenbaard is door de verschijning van onze Zaligmaker Jezus  Christus, die de dood de macht benomen, en het leven en de onvergankelijkheid  aan het licht gebracht heeft door het Evangelie.”

Toch is het heel duidelijk dat het Gods bedoeling was dat de mens onsterfelijk zou zijn. Dit blijkt wel uit de omstandigheid dat God de boom des levens middenin de hof van Eden had geplant, hoewel Hij blijkbaar de plaats ervan niet dadelijk aan Adam onthulde. Toen de mens zondigde, bepaalde God dat hij de hof van Eden moest verlaten, opdat En de Here God zeide: Zie, de mens is geworden als Onzer een door de kennis van goed en kwaad; nu dan, laat hij zijn hand niet uitstrekken en ook van de boom des levens nemen en eten, zodat hij in eeuwigheid zou leven. Toen zond de Here God hem weg uit de hof van Eden om de aardbodem te bewerken, waaruit hij genomen was. En Hij verdreef de mens en Hij stelde ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een flikkerend zwaard, dat zich heen en weer wendde, om de weg tot de boom des levens te bewaken. In dat geval had de mens zich bij satan kunnen aansluiten en zo het oproer tegen de Schepper nog kunnen vergroten.

Eva door satan verleid.

We kunnen er zeker van zijn dat satan in die tijd de gebeurtenissen nauwlettend gade sloeg. Hij was erop voorbereid om zodra de gelegenheid zich voor deed, de nieuwe bewoners van de hof van Eden te verleiden en indien mogelijk hen ertoe te bewegen ongehoorzaam te zijn aan het uitdrukkelijke bevel van God om niet van de boom der kennis van goed en kwaad te eten. Toch deed satan geen rechtstreekse aanval, teneinde het paar niet in de armen van hun beschermer te drijven in plaats van hen van hem weg te rukken. Hij verleidde de man en de vrouw evenmin als zij samen waren, want dan konden ze elkaar wellicht steunen in hun weerstand tegen zijn boze voorstellen. Want als het karakter van de verleiding eenmaal doorzien zou worden, dan zou een tweede poging veel moeilijker zijn en wellicht helemaal geen kans van slagen hebben. Op een gunstig moment bracht satan een bezoek aan de hof van Eden. Hij belichaamde zichzelf in een slag, die toentertijd nog niet dat weerzinwekkende, kruipende reptiel was dat we nu kennen. Eerst na de vervloeking werd de slang vernederd, zodat ze op haar buik moest  kruipen We kunnen dus aannemen dat de slang voor die tijd rechtop stond en waarschijnlijk een van de intelligentste en mooiste dieren ter wereld was. Het kwaad heeft vaak een geheimzinnige aantrekkingskracht en Eva, nieuwschierig als ze was, verwijderde zich van Adam en in plaats van uit de buurt van de verboden boom te blijven, keek ze ernaar en peinsde blijkbaar over het merkwaardige van Gods verbod. En terwijl zij haar dwaze nieuwsgierigheid wilde bevredigen, verscheen de slang op het toneel, die een gesprek met haar begon. Satans werkwijze was erop gericht Eva in verwarring te brengen en haar door een subtiele suggestie ertoe te brengen Gods gebod te overtreden door van de verboden vrucht te eten. Terecht is wel eens gezegd dat Eva’s eerste fout was, dat ze te dicht bij de boom kwam. Had ze de bewuste plek vermeden, dan zou ze er niet zo’n begeerlijke blik op hebben geworpen, waardoor ze voor de verleiding bezweek en smart bracht over zichzelf en haar nakomelingen.

De val van Adam en Eva

Arme Eva! In plaats van bescherming en kracht te zoeken bij haar man, luisterde ze naar de sluwe woorden van de verleider. Bedrogen door haar onvermoeide aartsvijand, bezweek ze voor zijn verleiding. Eva at van de vrucht en sleepte later Adam mee in haar daad van ongehoorzaamheid. Adam werd niet misleid. Hij wist welke straf er op stond.

1 Timotheus 2:14:”en Adam werd niet verleid, maar de vrouw, verleid zijnde, is in overtreding  geweest”.

Maar in een ogenblik van vrees dat hij het mooie schepsel, dat God hem geschonken had, zou verliezen, nam hij het dwaze besluit haar lot te delen. Zo deed de zonde haar intrede in de wereld. Alles leek er op te wijzen dat satan een belangrijke en misschien zelfs een beslissende ronde had gewonnen. Hij had het eerste ouderpaar bedrogen; daardoor zou het hele menselijke ras een gevallen ras worden. De bewering van de duivel dat de mens niet staande zou blijven onder de druk der verleiding, leek bevestigd. Bovendien ging de heerschappij over de aarde, die Adam had ontvangen, nu als gevolg van gehoorzaamheid aan satan, over op de duivel. Dit blijkt uit Lucas 4:5-6, waarop we later zullen terug komen.”

En de duivel voerde Hem op een hoge berg, en toonde Hem al de koninkrijken  van de gehele wereld in een ogenblik tijds, en zeide tot Hem: Al deze macht en hun heerlijkheid zal ik U geven;  want zij is mij overgegeven, en ik geef  haar wie ik wil.”

Satans grote troef: “Gij zult als God zijn”

Het is interessant om de tactiek van satans verleiding van Eva eens nader te bezien. Allereerst liet hij haar twijfelen aan de betrouwbaarheid van Gods woord. Ten tweede wierp hij een blaam op de goedheid van God. “Heeft God gezegd dat ge niet van iedere boom in de hof zult eten?”Waarom zou God Eva verbieden vruchten te eten die zulk smakelijk voedsel leken? Toen Eva de slang aarzelend antwoordde, dat als zij van de vrucht zou eten, de dood haar wachtte, was de duivel gereed voor de volgende stap in de verleiding. Zou God er geen reden voor hebben dat hij hun verbood de vruchten te eten? Wist hij niet dan ze dan wijs zouden worden en goed en kwaad zouden onderscheiden? Inderdaad, zo verklaarde de slang, wist God dat Adam en Eva, als ze van de vrucht zouden eten, “als God”zouden worden. Wat betreft de straf op de ongehoorzaamheid, waarop Eva doelde, beweerde satan botweg: “Gij zult geenszins sterven”. Maar helaas! Op dat ogenblijk was Eva al in de netten van de duivel verstrikt. Zij strekte haar hand uit en de onherstelbare daad was verricht. Satans onderwerping van de engelen ging natuurlijk niet op precies dezelfde wijze als in het geval van Eva, maar het lijkt aannemelijk dat hij ook hun vertelde dat zij “God”zouden worden, indien ze hem zouden volgen. Zoals Jezus zei: “Satan was een leugenaar van den beginne af”. Na de val van Adam en Eva als gevolg van satans bedrog, werd de slang waarin satan zich belichaamd had, vervloekt. Gos sprak een vloek uit over de aarde en Adam en Eva werden ter plekke ter dood veroordeeld. Dit alles strookte volledig met satans plannen. Vanaf dat ogenblijk ging “de macht over de dood”over op satan.

Satan en Job

Om satans plannen ten opzichte van de mensheid ten volle te begrijpen, moeten wij het boek van Job opslaan, dat een helder licht werpt op de vraag waarom God toeliet dat satan de vrijheid behield om het menselijk ras te verleiden. Het is van grote betekenis dat het boek Job het eerste bijbelboek was, dat geschreven werd. Het werd geschreven nog voor de wet, want het zou nauwelijks mogelijk zijn geweest om bij de bespreking van de goddelijke voorzienigheid, zoals in dit boek gebeurt, niet te verwijzen naar de wet, indien die wet toen bekend zou zijn geweest. Job is niet alleen het eerste boek van de Bijbel, maar naar alle waarschijnlijkheid zelfs het allereerste geschrift dat nog steeds bekend is. Wij zien dus van hoe groot belang de eerste hoofdstukken van Job moeten zijn, aangezien ze de eerste geschreven woorden zijn, die God tot de mensheid richtte. Deze hoofdstukken leren ons hoe satan, nadat hij uit de hemel was geworpen, zijn strijd tegen God voortzette. Het boek Job beschrijft ook hoe de aard van deze strijd, waarvan het toneel nu naar de aarde was verplaatst. Inzicht hierin is belangrijk om satans strategie te begrijpen in zijn eeuwenlange conflict met God en de gelovige mens. Als we dit boek bestuderen, wordt de reden ons duidelijk waarom God de duivel de vrijheid heeft gelaten om het menselijk ras te blijven verleiden.

Satans uitdaging

In Job 1:6 lezen we, dat op een dag toen de zonen van God zich bij de Here aandienden, satan met hen meekwam. De Here merkte zijn aanwezigheid op met de woorden “vanwaar komt Gij?”. Deze opmerking wijst erop dat satan niet langer bij de rechtvaardige engelen verbleef, omdat zijn aanwezigheid deze vraag opwierp. Hoewel de gevallen engelen niet langer verbleven bij de rechtvaardige engelen, zien we dat satan zelf toch nog toegang had tot Gods tegenwoordigheid. De duivel beoogde slechts een doel met zijn bezoek. Hij wilde Gods aandacht vestigen op de grote mate waarin het kwaad gezegevierd had op de aarde, om daarmee zijn bewering te staven, dat de mens God niet zou dienen als de verleiding om het niet te doen maar groot genoeg was.

Job wordt het middelpunt van het conflict

Satan antwoord door hem te herinneren aan zijn dienstknecht Job en zegt: “Want niemand op aarde is als hij zo vroom en oprecht. Godvrezend en wijkende van het kwaad” (Job 1:8).

Satan had zijn stereotype antwoord klaar. Hij beweerde dat Job God alleen maar vreesde om hetgeen hij er beter van zou worden. Omdat God hem beschermd had, een haag om hem heen had gebouwd en hem rijkdom en voorspoed had gegeven. Satan zei, dat als hem die voorspoed zou worden ontnomen, hij God zou vervloeken. Gos nam die uitdaging aan en liet toe dat de proef op de som werd genomen. Na toestemming te hebben verkregen, trok satan erop uit om rampen over Job te brengen. De Sabeeërs kwamen en ontnamen hem zijn ossen en ezels. De Chaldeeën stalen zijn kamelen. En tot overmaat van ramp kwamen zijn kinderen om in een hevige storm, die het huis waarin zij verbleven, verwoestte. (Dit toont tegelijk satans actieve aandeel in een verwoestende storm). Maar Gods  vertrouwen in Job was niet misplaatst. De godvruchtige patriarch wilde zijn geloof in God niet opgeven. “De Here heeft gegeven, de Here heeft genomen, de naam des Heren zij geloofd”(Job 1:21)”.

Arme Job! Hij kende niet de ware aard der gebeurtenissen en God kon hem die om begrijpelijke redenen ook niet openbaren. Inderdaad had God aan Job gegeven, maar het was de duivel die genomen had. Job kon ook niet vermoeden dat hij in het middelpunt der aandacht stond van twee werelden, de hel en de hemel. Dat God en zijn engelen evenals de duivel en zijn engelen met grote belangstelling het verloop van Jobs beproeving gadesloegen, besefte hij al evenmin. Maar hoewel Job vernederd en verbroken was, bleef hij trouw aan God. Opnieuw kwam de duivel bij God en weer vestigde God zijn aandacht op Job, die hem trouw gebleven was, ondanks de zware beproevingen en het grote leed dat hij had ondervonden door het verlies van zijn kinderen en bezittingen. Maar satan was nog niet tot zwijgen gebracht. Zijn schaamteloze antwoord luidde: “Huid voor huid, en al wat iemand heeft, zal hij geven voor zijn leven. Strek daarentegen uw hand uit en tast zijn gebeente en zijn vlees aan, of hij u dan niet openlijk zal vaarwel zeggen!”(Job 2:5)”.

Het is duidelijk dat God een belangrijk doel op het oog had, toen hij satan toestond Jobs lichaam met zweren te overdekken. Er stond voor God een zeer belangrijk principe op het spel, een principe dat satan had betwijfeld. Gods stelling was dat, ongeacht hoe groot de verleidingen van satan zouden zijn, er toch altijd mensen zouden zijn, die God ten koste van alles zouden blijven dienen.

God wint een strijd door Jobs trouw

Satan verliet de tegenwoordigheid van God en overdekte Job van top tot teen met zweren. Toen Jobs vrouw, een lichtzinnige en werelds denkende vrouw, zag wat haar man overkomen was, adviseerde ze hem om “God vaarwel te zeggen en te sterven”. Dit voorstel wees Job verontwaardigd van de hand en hij berispte haar zeer terecht voor deze goddeloze woorden. Zijn vrienden kwamen en zagen de rampzalige toestand waarin hij zich bevond, maar zij konden het raadsel van zijn tegenslagen niet verklaren. Ze trokken de conclusie, dat hij een grote zonde had begaan. Ook Job had geen verklaring voor zijn smartelijke omstandigheden en geloofde dat God hem om onverklaarbare en mysterieuze reden had geslagen. Hij wist niets van het dramatische conflict dat zich afspeelde en wist niet dat het satan was, die hem met zweren bedekt had. Evenmin besefte hij dat zijn nederige bed op de ashoop, waar hij zichzelf krabde, in het middelpunt der belangstelling stond van twee werelden. Niettegenstaande dit alles rees Job tot grote hoogten van geloof, toen hij zei: “Wil hij mij doden, ik blijf op hem hopen” (Job 13:15).

Met deze woorden werd aangetoond dat satan aanklacht, als zou een mens niet door alles heen God blijven dienen, vals was. Job had door zijn geloof Gods vertrouwen in hem gerechtvaardigd en tevens de betrouwbaarheid en juistheid van Gods plan bewezen. Na de beproeving genas God Job en gaf hem tweemaal zoveel als hij tevoren had bezeten

Job 42:12-17:”En de Heer zegende Job daarna meer dan tevoren, zodat hij kreeg veertienduizend schapen en zesduizend kamelen en duizend juk runderen en duizend ezelinnen. En hij kreeg zeven zonen en drie dochters, en noemde de eerste Jemima, de tweede Kezia en de derde Kerenhappuch. En er werden zulke schone vrouwen als de dochters van Job niet gevonden in het gehele land, en haar vader gaf haar een erfdeel onder hare broeders. En Job leefde na dezen honderd en veertig jaar, en hij zag kinderen en kinds-kinderen tot in het vierde geslacht. En Job stierf, oud en verzadigd van leven.”

Satans nederlaag

De oorlog die het gevolg was van satans opstand, is hevig en kostbaar geweest, en het conflict is nog steeds niet geheel opgelost. Maar het uur komt naderbij dat, zoals we in de vorige les zagen, er aan deze oorlog in de hemelse gewesten een einde komt. Wij citeren Openbaring 12-7-9: “En er kwam oorlog in den hemel: Michael en zijn engelen hadden oorlog te voeren tegen den draak; ook de draak en zijn engelen voerden oorlog, maar hij kon geen stand houden, en hun plaats werd in den hemel niet meer gevonden. En de grote draak werd op de aarde geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en satan, die de gehele wereld verleid; hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem”.

Terwijl bovenstaand schriftgedeelte in de eerste plaats betrekking heeft op satans verdrijving uit de hemelse gewesten, een gebeurtenis die nog moet plaatsvinden, geven deze teksten klaarblijkelijk ook een beschrijving van andere veldslagen en nederlagen die satan heeft geleden. Want er is niet slechts een “uitwerping”van satan, maar welgeteld zijn er minstens vijf van zulke gebeurtenissen. Ondanks de heftige tegenstand die hij en zijn volgelingen hebben geboden, zijn vele van zijn bolwerken afgebrokkeld en zijn rijken zijn een voor een ingestort. In deze laatste les zullen wij de opeenvolgende nederlagen van satan bezien. Dat zijn: zijn verwijdering eerst uit de hemel en vervolgens uit de hemelse gewesten, zijn op handen zijnde gevangenschap in de bodemloze put, en zijn uiteindelijke oordeel in de poel van vuur.

1. Eerste “uitwerping”verdrijving uit de hemel

Jesaja spreekt uitdrukkelijk over de eerste uitwerping, ofwel de oorspronkelijke van Lucifer: “Hoe gij uit den hemel gevallen, gij morgenster, zoon des dageraads; hoe zijt gij ter aarde gevallen, overweldiger der volken! En gij overlegde nog wel : ik zal ten hemel opstijgen, boven de sterren Gods mijn troon oprichtenen zetelen op den berg der samenkomst ver in het noorden; ik wil opstijgen boven de hoogten der wolken, mij aan den allerhoogsten gelijkstellen. Integendeel, in het dodenrijk wordt gij neergeworpen, in het diepste der groeve (Jesaja 14:12-15).

Hier lezen we dat lucifer, de “beschuttende cherub”(Ez. 28:14), uit de hemel werd geworpen. Ons wordt meegedeeld dat hij wegens trots en eigenwil uit zijn positie gestoten werd. Maar zijn val toentertijd was verre van volledig, zoals we in vers 15 zien. Hij moest nog in een bodemloze put, “in het diepste der groeve”worden geworpen. Bovendien zien wij uit andere schriftgedeelten, dat lucifer toen nog steeds toegang had tot de tegenwoordigheid van God. Want toen in Jobs dagen de zonen van God voor de Here verschenen, bevond zich ook satan onder hen met het doel Job te beschuldigen. Satan schijnt zijn rol als aanklager van de heiligen van God onafgebroken gespeeld te hebben in de geschiedenis der mensheid, tenminste tot aan de komst van Christus. “En ik hoorde een luide stem in den hemel zeggen: Nu is verschenen het heil en de kracht en het koningschap van onzen God en de macht van zijn gezalfde; want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onzen God, is neergeworpen “(Openbaring  12:10).

Satans bewoning van de hemelse gewesten heeft hem klaarblijkelijk een strategisch voordeel verschaft, waardoor hij in staat was zich te verschansen en hij de getrouwe engelen in aanzienlijke mate kon belemmeren in hun strijd tegen hem. Wij weten maar weinig af van de wetten die de geestelijke oorlog in de hemelse gewesten beheersen. Maar satan had blijkbaar sterke verdedigingswerken opgebouwd, die hoewel niet onneembaar, Gods legerscharen toch vele eeuwen lang in de strijd gewikkeld hielden. Het tiende hoofdstuk van Daniël, dat we al eerder aanhaalden, licht een tipje van de sluier op en geeft ons een vluchtige blijk op de aard van de strijd in de hemelse regionen, die nu al zo vele duizenden jaren duurt. Het is duidelijk dat tijdens die langdurige gevechten satan veel terrein heeft verloren, ondanks zijn hardnekkige tegenstand. Hij en zijn volgelingen werden gedwongen vele van hun vestingen te ontruimen (Daniël 10). Hoewel deze gebeurtenissen in een geheimzinnige waas gehuld zijn, verklaart de Bijbel nadrukkelijk dat bepaalde engelen van satan gebonden werden en gevangen gezet in zijn “Tartarus”. Daar vertoeven zij vandaag in “eeuwige banden onder donkerheid”, wachtend op het oordeel. Zo openbaart de Bijbel dat de toestand waarin de gevallen engelen zich bevinden, verschillend is. Er wordt ons gezegd dat sommigen gebonden zijn, terwijl anderen nog vrij zijn om hun strijd in de hemelse gewesten voort te zetten. Dit werpt de vraag op: Betekent dit dat een deel van de verdorven engelen gevangen zijn genomen tijdens de veldslagen in de hemelse gewesten en in Tartarus in ketenen geslagen zijn, teneinde te voorkomen dat zij hun meester, de duivel, nog verder zouden kunnen steunen?

2. De uitwerping van satan op Golgotha

In een vorige les bespraken wij de overwinning van Christus op Golgotha behaalde over satan. Het was deze morele triomf van Christus over de duivel, die de basis vormde van zijn uiteindelijke nederlaag en ondergang! Door wat op Golgotha plaats vond, heeft de gelovige macht over de duivel ontvangen. Dat er verband bestaat tussen satans val uit de hemel en de macht van de gelovige over demonen, is duidelijk aangegeven in Lucas 10:17-19: “En de zeventig zijn teruggekeerd met blijschap en zeiden: Here, ook de boze geesten onderwerpen zich aan ons in Uw naam. En Hij zeide tot hen: Ik zag den satan als een bliksem uit den hemel vallen. Zie ik heb u macht gegeven om op slagen en schorpioenen te treden tegen de gehele legermacht van den vijand; en niets zal u enig kwaad doen”.

Hoewel bovenstaande verklaring van de Here betrekking zou kunnen hebben op de oorspronkelijke val van  satan uit de hemel., lijkt het wel zeker dat ze in de eerste plaats verband houdt met de persoonlijke overwinning van de Here op Golgotha. Christus absolute toewijding aan de wil van de Vader stelde hem in staat de verleidingen van de duivel te weerstaan en zegevierend uit de strijd tevoorschijn te komen! In feite was de beslissende strijd aller tijden de strijd die de Here aanbond met satan op Golgotha. Hier kon de Here zeggen: “Nu gaat er een oordeel over de wereld”; “Nu zal de overste dezer wereld buitengeworpen worden”, en nu “is de overste dezer wereld geoordeeld”(Joh. 12:31 en 16: 11).

De overwinningen van de engelen in hun strijd tegen satan waren groot, maar Christus bracht de duivel de beslissende nederlaag toe. Op Golgotha werd, voor wat de gelovige betreft, de duivel totaal ontdaan van zijn wettige autoriteit en macht, die hij zich had toegeëigend van Adam. Satans bewering, een bewering die hij moest bewijzen of hij zou een eeuwige nederlaag moeten erkennen, was geweest dat, onder de druk der verleiding, niemand de wil van God volkomen zou kunnen of willen gehoorzamen en dat daarom Gods geboden onrechtvaardig waren. Christus bewees dat de duivel volkomen ongelijk had. Op Golgotha doorstond Christus de beproeving volledig en Hij kon zeggen: “Niet mijn wil, maar Uw wil geschiedde”. Tijdens die ogenblikken werd de valse theologie van de duivel gewogen en te licht bevonden. Toen “werd de overste dezer wereld buitengeworpen”. Om het slechte te veroordelen, moet datgene wat goed is gedemonstreerd worden. Om de duisternis te verdrijven, moet het licht geopenbaard worden. Om het heelal te tonen hoe verdorven en verraderlijk satan was, moest volmaakte gehoorzaamheid getoond worden. Christus voldeed aan dit alles en bevestigde daardoor voor eeuwig de waarachtigheid en rechtvaardigheid van Gods wet. Door Christus overwinning op Golgotha leed satan zijn grootste nederlaag en zijn positie in de hemelse gewesten werden daardoor radicaal gewijzigd. Vroeger kon hij ongestraft in Gods tegenwoordigheid komen en de hemel lastig vallen met zijn beschuldigingen tegen de heiligen. Maar op Golgotha werd satan van zijn macht beroofd en uit de tegenwoordigheid van God verdreven. Toen werd vervuld wat Jezus zei, toen Hij sprak : “Ik zag de satan als een bliksemflits uit de hemel vallen”. De strijd waarover in Openbaring 12:7 gesproken wordt, is de uiteindelijke en beslissende strijd in de hemelse gewesten. Michael, de aartsengel, is de aanvoerder van Gods legerscharen. Als Michael ten strijde trekt, zullen alle hemelse hulpbronnen tot zijn beschikking staan. Men zal zich herinneren dat, toen Daniël’s engel niet bij hem kon komen vanwege de tegenstand van de “vorst van Perzië”, het Michael was die de engel te hulp kwam en dat de legers van satan toen als gevolg van de ontstane overmacht moest wijken (Zie Daniël 10:13-21). Michael verschijnt opnieuw in het boek Daniël, wanneer ons verteld wordt, dat hij het volk van God te hulp zal komen aan het einde der tijden. “Te dien dage zal Michael opstaan, de grote vorst, die de zonen van uw volk terzijde staat; en er zal een tijd van grote benauwdheid zijn, zoals er niet is geweest sinds er volken bestaan, tot op dien tijd toe. Maar in dien tijd zal uw volk ontkomen;:al wie in het boek geschreven wordt bevonden “(Daniel 12:1).

Uit deze passage zien wij, dat Michael vooral in het gebeuren van de eindtijd bijzonder werkzaam zal zijn. Hij verschijnt in het bijzonder als beschermer van de belangen van Daniël’s volk, Israël, en schijnt ook betrokken te zijn bij de opstanding der doden. Want het volgende vers, spreekt over de opstanding van hen “die in het stof der aarde slapen”. Judas brengt Michael ook in verband met Mozes, wanneer hij spreekt over de aartsengel die in twist gewikkeld was over het lichaam van Mozes (Judas 9). Het is wellicht mogelijk dat, zoals satan Michael weerstond in een twistgesprek over het lichaam van Mozes, hij evenzo zal trachten de opstanding van de rechtvaardige doden te verhinderen. Indien dat zo is, zal hij op schandelijke wijze falen. Het uur is nabij, dat de duivel voorgoed uit zijn positie in de hemelse gewesten verdreven zal worden. De tijd is aangebroken dat de aartsengel Michael zal opstaan tegen satan en zijn engelen, die ondanks hun heftige tegenstand, gedwongen zullen worden te wijken. De eens zo trotse vorst der duisternis zal uit de hemelse regionen neerstorten en met hem zijn goddeloze engelen. Wat dan? De duivel, die beseft dat hij nog slechts een uiterst korte tijd heeft, zal al zijn krachten mobiliseren voor de felste aanval op de mensheid die hij ooit heeft ondernomen. “Daarom verheug u, gij hemelen en wie daarin wonen. Wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u nedergedaald in grote grimmigheid, wetende, dat hij weinig tijd heeft”(Openb. 12:12). Satan roept dan zijn grootste misleiders tevoorschijn, het beest de valse profeet, aan wie hij macht geeft over “”elke stam en natie en taal en volk “(Openb. 13:7). Deze twee sinistere en verdorvenfiguren zullen weldra op het wereldtoneel verschijnen en het meest duivelse programma inleiden, dat de mensheid ooit gekend heeft.  Het zal een duivels programma zijn, dat de totale uitroeiing beoogt van ieder mens die de ware en levende God durft te aanbidden! Over die verschrikkelijke dagen zegt Jezus: “Want er zal dan een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is van het begin der wereld tot nu toe en ook nooit meer wezen zal. Indien die dagen niet ingekort werden, zou geen vlees behouden worden; doch terwille van de uitverkorenen zullen die dagen worden ingekort “(Matth. 24:21-22). Gelukkig zal God korte metten maken met satan, zodat hij niet in staat is het doel dat hij beoogt te bereiken. Juist in die ure wordt hem persoonlijke vrijheid ontnomen, tijdens die vierde uitwerping van de duivel.

3. Satan in de bodemloze put geworpen

De laatste uren van de grote verdrukking zijn dan aangebroken. Aan de heerschappij van het beest en de valse profeet komt een einde. De tijd die de gevallen engelen en demonen met angst tegemoet hebben gezien, is eindelijk gekomen. Nu worden de koninkrijken van deze wereld, de koninkrijken van de Here Jezus Christus. Een grote engel daalt uit de hemel neer met de sleutel van de bodemloze put. Hij grijpt de duivel, die de volken bedroog, en werpt hem in de duisternis van de afgrond. Ook de gevallen Engelen en al zijn verdere handlangers, die hem gevolgd zijn, zullen in die bodemloze gevangenis geworpen worden. “En ten dien dage zal het geschieden, dat de Here bezoeking zal brengen over het heer der hoogte in den hoge en over de koningen der aarde op den aardbodem. En zij zullen bijeengebracht worden, zoals men gevangenen bijeenbrengt in een kuil, en zij zullen opgesloten worden in een kerker, en na vele dagen zullen zij bezocht worden “

Jesaja 24: 21-22:“In dien tijd zal de Here bezoeking brengen over het heer der hoogte in den hoogte en de koningen der aarde, die op de aarde zijn; opdat zij, geboeid, verzameld worden in den kuil, en gesloten worden in een kerker, en na langen tijd weder bezocht worden.”

Zo worden de duivel en al zijn legerscharen gegrepen en in die gevangenis opgesloten, waar zij de volken niet meer kunnen verleiden, totdat de tien eeuwen van het duizendjarig rijk verstreken zijn. “En ik zag een engel nederdalen uit den hemel met den sleutel des afgronds en een grote keten in de hand; en hij greep den draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en hij bond hem duizend jaren, en hij wierp hem in de afgrond en sloot en verzegelde dien boven hem, opdat hij de volkeren niet meer zou verleiden, voordat de duizend jaren voleindigd waren; daarna moet hij voor een korte tijd worden losgelaten.” (Openbaring 20:1-3).

Satan in de poel van vuur geworpen

Nog eenmaal zal de duivel vrijgelaten worden. Gedurende het duizend jarig rijk zijn er generaties geboren op aarde en ook zij moeten beproeft worden. Ook zij moeten bewijzen, zoals alle andere schepselen moeten bewijzen, dat zij de God des hemels willen dienen. Satan die dan losgelaten zal zijn, zal zijn laatste wanhopige poging wagen. Hij trekt er op uit om de volken der aarde te verleiden. Opnieuw zal hij aanhangers krijgen. Er zijn altijd mensen die eigenzinnig hun eigen wil wensen te volgen en eigenwil is juist de kern van satans hele verdorven filosofie. “Gij zult als God zijn”is nog steeds zijn bekende leus. Satan en degenen die hem kiezen te volgen trekken opnieuw ten strijde tegen het volk van God. Maar ditmaal betekent het het einde. Vuur daalt neer uit de hemel en vernietigt de legerscharen. En de duivel die hen bedrogen heeft, gaat ook zijn eeuwigdurende oordeel tegemoet. “En wanneer de duizend jaren voleindigd zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten, en hij zal uitgaan om de volkeren aan de vier hoeken der aarde te verleiden, Gog en Magog, om hen tot den oorlog te verzamelen en hun getal is als het zand der zee. En zij kwamen op over de breedte der aarde om omsingelen de legerplaats der heiligen en de geliefde stad; en vuur daalde neder uit den hemel en verslond hen, en de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel, waar ook het beest en de valse profeten zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheden”(Openbaring 20:7-10).

En zo ontvangt satan tenslotte na duizenden jaren van heftige maar vruchteloze pogingen om aan zijn oordeel te ontkomen, zijn rechtmatige straf. Hij wordt in de poel van vuur en zwavel geworpen, die voor hem is bereid. Want inderdaad deze plaats is nooit bedoeld geweest voor menselijke wezens; ze was bestemd voor de duivel en zijn engelen. Alleen zij, die vrijwillig verkiezen satan te volgen, gaan daar heen. Dan zal hij ook tot hen die aan zijn linkerhand zijn, zeggen: “gaat weg van mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor den duivel en zijn engelen bereid is “(Matth. 25:41).

Wanneer met satan definitief is afgerekend, breken de eeuwen der eeuwen aan. Het is de tijd van de nieuwe hemelen en de nieuwe aarde. Vanaf het ontstaan der wereld heeft de mensheid naar die tijd verlangd, wanneer alle dingen der God voor zijn volk bereid heeft, geopenbaard zullen worden. Het nieuwe Jeruzalem dat neerdaalt van God uit de hemel! Een vierkante stad met muren van Jaspis, poorten van parels en straten van goud! Een plaats waar geen zonde meer is, geen ziekte, noch dood. En in die stad is noch zon, noch maan. Want God en het lam zijn het licht van die stad. En zo zullen de heiligen van alle eeuwen, voor eeuwig met Christus verenigd, de plaats innemen die eens bestemd was voor satan en zijn legerscharen. En zij zullen heersen in alle eeuwigheid.

De oorsprong van demonen

Wat is de oorsprong van de demonen (boze geesten)? Dit is een vraag die vaak gesteld is en die gemakkelijker gesteld dat beantwoord is. Terwijl het duidelijk is dat de demonen niet gerekend moeten worden tot de gevallen engelen, die tijdens de opstand van satan uit de hemel geworpen werden, lijkt het waarschijnlijk te zijn, dat hun val op een of andere wijze in verband staat met die opstand. Demonen zijn een categorie gevallen geestelijke wezens, waarover de Bijbel herhaaldelijk spreekt. Zij worden afgewisseld boze geesten, demonen of duivels genoemd. Hoewel het geestelijke wezens zijn, behoren ze duidelijk tot een andere orde dan satan of de gevallen engelen. Met mogelijke uitzondering van satan die in Judas vaart, vinden wij nergens een vermelding van gevallen engelen, die in menselijke lichaam huizen. De gevallen engelen bezitten blijkbaar een of ander geestelijk lichaam en hebben geen belichaming nodig. Hun werkterrein ligt eerder in de hemelse gewesten dan op de aarde, alhoewel zij uit de hemelse regionen  verdreven zullen worden tijdens de grote verdrukking.De demonen erkenden de godheid van Christus en riepen:”Wat hebt gij met mij te maken, Jezus, zoon van den allerhoogsten God? Ik bezweer u bij God, dat gij mij niet pijnigt” (Marcus . 5:7).

In de versie van Mattheus heet het: “Zijt gij hier gekomen om ons voor den tijd te pijnigen?”(Matth. 8:29). In het evangelie van Lucas lezen we, dat de demonen Christus smeken hen niet in de “afgrond”op in de “put”te werpen, maar hen toe te staan in een kudde zwijnen te varen (Lucas 8:31-32). Christus gaf de demonen hier toestemming, maar nadat de demonen in de kudde zwijnen waren gevaren, werden deze laatsten zo verschrikt, dat zij langs de helling omlaag het meer in stormden en verdronken. Dit incident leert ons het een en ander over demonen:
1. Dat vele, zelfs enige duizenden boze geesten tegelijkertijd in een mens kunnen wonen.   2. Dat het gevolg daarvan was, dat deze mens volslagen krankzinnig werd.
3. Dat het verlangen van de demonen om zich te belichamen, zo groot is, dat zij in bepaalde gevallen zelfs bereid zijn in zwijnen te varen.
4. Dat er een tijdslimiet is binnen welke demonen vrijheid is toegestaan.

5. Dat de demonen weten dat zij, wanneer deze tijd vervuld is, in de : “afgrond” of de “put”zullen worden geworpen. Intussen echter willen zij het zich zo behagelijk mogelijk maken door in de lichamen van mannen en vrouwen te wonen, die dwaas genoeg zijn om hen dat voorrecht te verschaffen. U hebt nu Christus in uw leven aangenomen en bent nu een Christen.                                                                       

                                                     Bron: Gordon Lindsay

1 Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, namelijk dat wij kinderen Gods genaamd zouden worden. Daarom kent ons de wereld niet, omdat zij Hem niet kent.

2 Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is.

3 En een iegelijk, die deze hoop op Hem heeft, die reinigt zichzelven, gelijk Hij rein is.

4 Een iegelijk, die de zonde doet, die doet ook de ongerechtigheid; want de zonde is de ongerechtigheid.

5 En gij weet, dat Hij geopenbaard is, opdat Hij onze zonden zou wegnemen; en geen zonde is in Hem.

6 Een iegelijk, die in Hem blijft, die zondigt niet; een iegelijk, die zondigt, die heeft Hem niet gezien, en heeft Hem niet gekend.

7 Kinderkens, dat u niemand verleide. Die de rechtvaardigheid doet, die is rechtvaardig, gelijk Hij rechtvaardig is.

8 Die de zonde doet, is uit den duivel; want de duivel zondigt van den beginne. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou.

9 Een iegelijk, die uit God geboren is, die doet de zonde niet, want Zijn zaad blijft in hem; en hij kan niet zondigen, want hij is uit God geboren.

10 Hierin zijn de kinderen Gods en de kinderen des duivels openbaar. Een iegelijk, die de rechtvaardigheid niet doet, die is niet uit God, en die zijn broeder niet liefheeft,

11 Want dit is de verkondiging, die gij van den beginne gehoord hebt, dat wij elkander zouden liefhebben.

12 Niet gelijk Kaïn, die uit den boze was, en zijn broeder doodsloeg; en om wat oorzaak sloeg hij hem dood? Omdat zijn werken boos waren, en van zijn broeder rechtvaardig.

13 Verwondert u niet, mijn broeders, zo u de wereld haat.

14 Wij weten, dat wij overgegaan zijn uit den dood in het leven, dewijl wij de broeders liefhebben; die zijn broeder niet liefheeft, blijft in den dood.

15 Een iegelijk, die zijn broeder haat, is een doodslager; en gij weet, dat geen doodslager het eeuwige leven heeft in zich blijvende.

16 Hieraan hebben wij de liefde gekend, dat Hij Zijn leven voor ons gesteld heeft; en wij zijn schuldig voor de broeders het leven te stellen.

17 Zo wie nu het goed der wereld heeft, en ziet zijn broeder gebrek hebben, en sluit zijn hart toe voor hem, hoe blijft de liefde Gods in hem?

18 Mijn kinderkens, laat ons niet liefhebben met den woorde, noch met de tong, maar met de daad en waarheid.

19 En hieraan kennen wij, dat wij uit de waarheid zijn, en wij zullen onze harten verzekeren voor Hem.

20 Want indien ons hart ons veroordeelt, God is meerder dan ons hart, en Hij kent alle dingen.

21 Geliefden! Indien ons hart ons niet veroordeelt, zo hebben wij vrijmoedigheid tot God;

22 En zo wat wij bidden, ontvangen wij van Hem, dewijl wij Zijn geboden bewaren, en doen, hetgeen behagelijk is voor Hem.

23 En dit is Zijn gebod, dat wij geloven in den Naam van Zijn Zoon Jezus Christus, en elkander liefhebben, gelijk Hij ons een gebod gegeven heeft.

24 En die Zijn geboden bewaart, blijft in Hem, en Hij in denzelven. En hieraan kennen wij, dat Hij in ons blijft, namelijk uit den Geest, Dien Hij ons gegeven heeft. 

 1 Johannes: 3

Indien u meer wenst te weten over God en hoe voor hem te leven, kunt u contact opnemen met:

E-mail: l.reitsema@knid.nl

Dit bericht is geplaatst in Bijbelstudies. Bookmark de permalink.

5 Reacties op Satan, gevallen engelen en demonen

  1. J. Schoonhoven zegt:

    De oorsprong van demonen is dus niet te achterhalen ??

  2. Guus zegt:

    De oorsprong van demonen ligt volgens mij in de voortijd. De zonen Gods hadden omgang met de dochters van de mensen. Hieruit werden reuzen geboren, deze hadden weer omgang met mensen maar ook met dieren. Hieruit werden weer gedrochten geboren enz.. (alle afgoden na de voortijd waren half mens/dier). Deze zijn in de zondvloed ontdaan van hun lichaam. Genetisch was de aarde bedorven door niet bedoelde wezens. De mensen gingen naar het dodenrijk, maar voor de geesten van ik noem het maar gedrochten had God geen plek gemaakt. Zij zijn dus waarschijnlijk nog in de lucht (op aarde) en zijn zeer geweldadig en chaotisch, anders dan de gevallen engelen die een rangorde hebben. De demonen begeren een lichaam omdat ze zelf een lichaam hebben gehad.

  3. nijkamp zegt:

    Dat demonen actief zijn, omdat Jezus zelf demonen heeft uit geworpen, en de apostelen soms ook, maar ook niet meer dan dat.
    Zoals Mattheus 8 waar demonen over gingen in de zwijnen en waar ze dan waren
    naderhand kun je naar raden. En of er varkens die toch onrein waren, werden gehouden? En zij kwamen om in het water, de zwijnen of demonen?
    De satan en zijn Host ‘werd op aarde geworpen ‘hoewel je ze niet ziet, dat is toch een misverstand dat lucifer alleen zou opereren, toen hij oorlog voerde in de
    hemel. Er zijn dus ogenschijnlijk onzichtbare krachten op aarde (demonen).
    Of Daniël 10 waar hij alleen die man kon zien, en dat zijn metgezellen niks zagen
    er vandoor gingen. Dat Michaël de engel te hulp kwam, die kwam vast niet alleen
    tegen de schijnbaar onzichtbare krachten die ook groot in aantal moeten zijn
    geweest. die konden toch drie weken stand houden tegen de hemelingen zo je
    leest. in de apocriefen staat dat Dubiël de prins van de perzen was en Samaël
    de prins of Rome maar wel onzichtbaar gevallen engelen blijkbaar. Het is een mysterie

    • steven zegt:

      genesis 1 vers 1,vers 2 en vers 3, geeft ons een diepte t.a.v de schepping. Ik denk dat god de hemel en de aarde heellang heeft geschapen duizenden jaren. In vers 2 zien wij dat de aarde ledig en woest was, conclusie er was mischien al leven en die is vernietig geworden en in vers 3 zien wij dat God wederom de aarde en de hemel hersteld,komen deze demonen niet vandaar, dat is mijn vraag? Gaarne jullie reactie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *